dinsdag, augustus 28, 2012

Jouw zomergasten, fragment 21: Klaas Jan Runia


Sommigen van jullie vreesden al dat het voorbij was, maar niets is minder waar. Vandaag gewoon keihard fragment 21. Door Klaas Jan Runia. Toen ik zijn eerste alinea las gloorde er enige hoop dat we eindelijk eens een seksfragment zouden krijgen, maar die hoop bleek helaas ongegrond. Het goede nieuws is dat dit fragment - en de inleiding erop - dat helemaal goedmaken.


Je mag mij 's nachts wakker maken voor de volgende dingen: aardbeien, seks en het universum. Als hartstochtelijk consument van deze dingen heb ik geen principiële bezwaren tegen verruiming van openingstijden en verruil ik mijn slaap met liefde voor ze. In ieder geval van dat laatste, het universum, geef ik publiekelijk blijk door af en toe met een natuurkundetweet of een dito blogpost het boloppervlak van het wereldwijde informatiehologram te vergroten. Vrienden weten dat als ik fragmenten à la Zomergasten zou mogen kiezen, de kans gelijk is aan 1 dat er een fragment over natuur- en sterrenkunde tussen zit.

Ik houd echter ook van paradoxen en contradicties. Hoewel deze fenomenen het onderbreken van de slaap wat mij betreft dan weer niet waard zijn, lijkt het mij, juist nu ik wakker ben, daarom leuker om voor een politiek fragment te kiezen waarin juridische contradicties aan de kaak wordt gesteld en een maatschappelijke paradox in vivo wordt aangetoond. Ik denk het juiste fragment gevonden te hebben. Dat universum zie ik vannacht wel weer, het aardbeienseizoen is weer voorbij en dat andere is er toch al drie keer per dag, zeven dagen in de week.

Maatschappelijke strijd

Het geloof in onnatuurlijke fenomenen, wonderen, magie dat zo dominant aanwezig is in twee mooie landen waarin ik een tijdje heb rondgereisd, de VS en Zuid-Afrika, maakt dat ik inwendig altijd een beetje moet huilen. Helaas heb ik op religieuze geloofssystemen echter kennelijk een aanzuigende uitwerking – ik bedoel, ik trek de mensen aan of zo.

Toen mijn voeten de grond van bijvoorbeeld Utah raakten, was de religiositeit zo merkbaar dat de Mormoonse bliksemschichten als het ware subiet uit ieder chakra van mijn astraallichaam schoten en mij bevend op mijn hurken tegen de portier van mijn gehuurde chariot of fire achterlieten. Op een Zuid-Afrikaans logeeradres, waar de stroom net was uitgevallen, werd ik bij een gezellig gloeiend, knappend haardvuur op een onbewaakt moment ingewijd in de anti-homogedachten van mijn medegast, een blanke directeur van een middelbare school die mij bovendien in vertrouwen meedeelde dat koningin Beatrix en president Obama samenwerken voor de Antichrist. Zijn dochter, die nota bene natuur- en scheikundedocent is aan diezelfde school, zat aan mijn andere zijde en bevestigde heftig knikkend de gefluisterde woorden van haar vader. De gloed van het haardvuur op de gezichten van mijn gezelschap had ineens iets naargeestigs.

Ik heb met mensen uit beide landen gesproken over LGBT rights en mensenrechten in het algemeen. Met Republikeinen en Zuid-Afrikanen, white en black. Het viel me op hoe het toch altijd weer neerkwam op een verschuilen achter definities; een vruchteloze strategie, omdat het natuurlijk gewoon een cirkelredenering is: ik vind dat iedereen zou moeten kunnen trouwen en ik krijg terug dat ik ongelijk heb, want het huwelijk is niet zo gedefinieerd, terwijl ik natuurlijk juist die definitie ter discussie stel. Meestal zitten er in het relaas van de opponent een handjevol definitietrappen tussen, echter hoef je geen logicus te zijn om de evidente circulariteit in te zien. In feite kan een kind die was doen: Waarom? Daarom.

Maar nog erger dan de menselijke eigenschap om drogredenen moeilijk van logische en inhoudelijke argumenten te onderscheiden als men er niet op getraind is (hoewel het tegengestelde potverdorie wel eens tijd zou zijn op het moment dat je stemrecht hebt), is de kritiekloze acceptatie dat de definitie zijn geldigheid ontleent aan een heilige bestseller. Overigens krijg je er dan dus nog gratis een autoriteitsdrogreden bij.

Ik schudde mijn hoofd na afloop van de gesprekken en het maakte mij cynischer over de mens als natuurlijk fenomeen.

Tót ik vorig jaar via een blogpost van The Economist een 19-jarige jongen hoorde spreken voor een juridisch comité van het grotendeels Republikeinse parlement van Iowa. Hij brak een lans voor same-sex-marriage en ouderschap. Zijn 3 minuten durende monoloog had zo uit een scène van The West Wing of The Newsroom kunnen komen. Dit is echter nog cooler, want het is écht.

Zoals ik al eerder heb aangegeven, ben ik, naast die van aardbeien, ook iemand van empirische datapunten en ik geef toe, deze jongeman spreekt mijn cynische hypothese van het waarschijnlijk zeer korte bestaan van de homo sapiens sapiens tegen, gelukkig. Mensen met zijn brein en opvoeding geven mij weer hoop. Mag ik u voorstellen aan Zach Wahls, zoon van een lesbisch echtpaar. Het gezin gaat overigens wel naar de kerk, maar allah, dat doet niets af aan zijn relaas. Hoogstens aan mijn a-theïstische betoog…


2 opmerkingen:

coen zei

Altijd weer ontroerend om dit te zien.

Vivian zei

Eerste keer dat ik dit fragment zag en een strak en toch zeer menselijk betoog!