donderdag, maart 01, 2012

Mijn debuut


(Mocht je een déjà vu hebben bij het lezen van dit stukje, het ligt niet aan jou. Dit stukje staat ook op Villa Kakelbont, waar ik deze maand gastblogger ben)

Vandaag vindt in Amsterdam de uitreiking van de Woutertje Pieterse Prijs plaats. Dat is voor mij altijd bijzonder. Want op deze dag kreeg ik het eerste exemplaar van mijn debuut ‘Ruik eens wat ik zeg’ in handen. Dat was negen jaar geleden. Wie verwacht dat de presentatie van een boek steevast met veel champagne en mooie toespraken in de chicste zaal van de uitgever gepaard gaat kan ik uit de droom helpen. In de meeste gevallen krijg je je eerste exemplaar gewoon via de post.

Die middag verliep ook zonder enige glamour. Mijn redacteur zou het boek meenemen naar de uitreiking, maar hij kon uiteindelijk niet. Daarom gaf hij het aan een andere redacteur, maar die vergat het mee te nemen. Zo moest ik vervolgens naar de uitgeverij toe om dat eerste exemplaar eindelijk vast te kunnen houden, te ruiken en te bewonderen. Maar uiteindelijk hád ik het…

Ik ben meteen naar huis gefietst met mijn twintig auteursexemplaren en daarna zat ik op de bank. Alleen. Geen champagne. Geen feestje. Geen toespraken. Maar zo zíélsgelukkig. Het was me gelukt! Een boek. Mijn boek. Met geweldige tekeningen van Sieb Posthuma. Geen champagne, cocaïne, ecstacy of wat voor geestverruimend middel had me gelukkiger kunnen maken. Euforie die bovendien langer stand hield dan welke drug dan ook, want nog steeds word ik vrolijk als ik aan die dag denk. Nu weer trouwens.

Drie keer had ik in mijn schrijversloopbaan een vergelijkbare euforie. Maar daarover de komende maand meer.

Wie zal hem trouwens winnen, die prijs?

Geen opmerkingen: