maandag, maart 12, 2012

En dan nog even dit...

Ik was eigenlijk wel klaar met de discussie op Vertel Eens. Maar er zijn twee dingen die ergens op de achtergrond door blijven rommelen en dat wordt een etterige ontsteking als ik daar niet tegen in actie kom.

Allereerst zijn de woorden van Edward hier en daar zo verschrikkelijk uit hun verband gerukt dat het lijkt alsof hij tegen elitaire boeken of tegen typische Kinderjuryboeken is. Voor wie dat nog denkt of roept, hier een letterlijke passage uit zijn lezing:

"Ik wil duidelijk maken dat ik niet tegen wat moeilijkere, experimentele boeken ben. We hebben ze nodig om verder te komen. Om te laten zien dat je ook naar Mercurius kunt in plaats van alleen naar Landal GreenParks. Hierover zegt Jacques Dohmen, oud-redacteur van uitgeverij Querido), bijvoorbeeld terecht: ‘Het is belangrijk dat een uitgever vernieuwers een kans geeft - daarbij het risico lopend de plank helemaal mis te slaan, of een (relatief klein) verlies te lijden - maar gelukkig ook met de kans dat er op alle vlakken iets groots wordt verricht.’"

Voor wie dat nog niet begrepen heeft, nog een keer langzaam in de herhaling, vanuit een iets andere hoek. Ook letterlijk:

"Ik ben niet tégen boeken van auteurs die zich niks van hun publiek aantrekken. Laat het verschijningspakket zo veelkleurig mogelijk zijn."

Verder pleit Edward inderdaad voor het bevorderen van de integratie van kwaliteit en toegankelijkheid. Heb je daar als schrijver geen boodschap aan, prima. Even goede vrienden. Er zijn meer wegen die naar Bologna leiden. Edward noemt ze in zijn lezing.

Zo. Lijkt me duidelijk, toch? Verder is er enig gemor over het feit dat ik het succes van 'Kinderen van Amsterdam' als voorbeeld heb gebruikt in de discussie op Vertel Eens.

Dat zit zo. Ik verkeerde in de veronderstelling dat Ted van Lieshout beweerde dat boeken die zowel in de smaak vallen bij kinderen als bij volwassenen hooguit een ruime voldoende konden scoren. Dat bedoelde hij niet, maar dat las ik in zijn woorden.

Daarop gebruikte ik de waardering van kinderen en professionele lof voor mijn boek als tegenargument. Leek me een valide argument. Iemand zegt: 'Olifanten kunnen niet oranje zijn'. Ik laat vervolgens een oranje olifant zien. Bewijs. Klaar.

Maar ik mocht hier niet mezelf als voorbeeld nemen. Karin Kustermans: 'Ja, erg vervelend dat een auteur om het gelijk van zijn stelling te bewijzen het verkoopsucces & de kwaliteit van zijn eigen boek inroept. Dan wordt discussiëren erg moeilijk.'

Ik zal het nog sterker vertellen. Ik had onmogelijk mezelf níét als voorbeeld kunnen nemen. Ik ken immers alleen mijn eigen drijfveren en inspanningen. Ik ken alleen mijn eigen verkoopcijfers. En ik ken alleen de fanmail voor mijn boeken, niet voor die van anderen. En als mensen aan deze dingen twijfelen had ik zelf de hulp van mijn uitgever kunnen inschakelen om de waarheid van die beweringen te bevestigen.

Had ik een ánder boek als voorbeeld genomen, dan had de desbetreffende schrijver in kwestie kunnen zeggen: 'Ja nee, maar dat boek kwam niet uit mijn tenen hoor. Dat was even een tussendoortje. Zelf vind ik het maar een mager zesje.' Of: '... Toch heeft het slecht verkocht.' Of 'Ja, critici vinden het fantastisch. Maar kinderen vinden er geen reet aan.' Dát was mijn motivatie om mijn boek als voorbeeld te nemen. Dát.

En natuurlijk om een beetje op te scheppen over die zevende druk die nu in de betere boekwinkel ligt voor de weggeefprijs van 14,95.

Geen opmerkingen: