zaterdag, maart 03, 2012

Bi of anders nie

‘Stel nou dat wij als auteurs de keuze kregen, met een pistool van boekcoverkarton op onze slaap gericht, met een leeslint dreigend strak om onze kelen getrokken, om gelezen te worden door veertien of door vierduizend kinderen, wat antwoorden we dan?’

Die vraag stelde Edward van de Vendel tijdens zijn Woutertje Pieterse Lezing. Het ging om veertien kinderen die zouden smullen van dat compromisloos literaire boek waar ze de rest van hun leven nog iets aan zouden hebben. Dat prachtige literaire boek dat je als auteur altijd hebt willen schrijven. Of vierduizend lezers van een toegankelijker boek dat zich meer op kinderen richt.

Ted van Lieshout kreeg de vraag – gechargeerd van 14 tot 140.000 – en koos voor de veertien. Gezien het hartstochtelijke applaus dat hij van diverse schrijvers kreeg dachten vele anderen er ook zo over. Ik niet. En wel hierom.

Toen ik in de eerste klas van de middelbare school zat moesten wij Ivoren Wachters van Simon Vestdijk lezen. Lezen betekent hier: tot op het bot ontleden. Wat is het thema? Wat zijn de motieven? Welke symboliek vind je er in? Enzovoort. En dat urenlang. Ik moest me als dertienjarige al door het boek heen worstelen, maar met die vragen erbij werd het een ware kwelling. Dit is dus literatuur? Zo moet je boeken lezen? Je moet een boek dus als een puzzel ontrafelen en op zoek gaan naar thema’s en motieven? Wat een hel. Hier wilde ik niets mee te maken hebben. Ik heb daardoor jarenlang geen Nederlandse roman meer gelezen. Totdat enkele jaren later het plezier weer terug kwam dankzij Remco Campert en Kees van Kooten.

Ik denk dat dit bij kinderen ook kan gebeuren bij té literaire boeken. Ik was een groot Paul Biegelfan, maar na Haas ben ik afgehaakt – om hem als volwassene gelukkig weer te herontdekken. Maar ik kwam er toen niet doorheen. Te jong.

Mijn liefde voor boeken was groot genoeg om door te blijven lezen, maar die liefde is bij de huidige generatie een stuk brozer. En ik kan me voorstellen dat een kind een boek uitkiest omdat het bekroond is. Als dat boek bekroond is door een te elitaire jury, dan kan dat de literaire genadeklap zijn voor een kind dat al niet zo graag leest.

Als je veertien kinderen beloont met een boek in een oplage van 2000 stel je honderden lezers diep teleur. Of je drukt het boek in een oplage van veertien.

Edward pleit voor boeken die beide zijn: én goed geschreven én kindvriendelijk. Diverse auteurs (onder wie Ted van Lieshout trouwens, en ook Edward zelf) met als hoogtepunt Mirjam Oldenhave laten zien dat dit prima mogelijk is. Edward noemt dat in zijn lezing bi zijn. Ik zeg: bi of anders nie.

2 opmerkingen:

Jeugdbib Ham zei

Ik vind dat je iets te gemakkelijk bent met je kritiek ivm literaire boeken voor kinderen, Jan Paul.
Je geeft het voorbeeld van het boek dat jij als 13-jarige hebt moeten lezen. En je stelt dat het boek de verkeerde keuze was.
Maar kan het ook niet zijn dat de methode om je dat boek te laten lezen de verkeerde was? Je zegt zelf dat je het tot het bot moest ontleden: motieven, thema etc. Volgens mij kan je op die manier kinderen zelfs het plezier ontnemen om Stilton, Paul van Loon, Francine Oomen en Cary Slee te lezen.

Er zijn dan weer wel leerkrachten die meer kinderen dan gebruikelijk aan het lezen krijgen van literair werk. Niet door ellenlange boekbesprekingen te eisen, maar door zelf heel veel leesenthousiasme uit te stralen.

Dat betekent niet dat een literair kinderboek lezen even makkelijk wordt als het lezen van Stilton. Maar een school is in principe toch altijd bezig met het hoger leggen van latten, niet? Dan mag ze dat met leesopvoeding toch ook? Als het maar met de juiste methode gebeurt.

Misschien moet je dus niet schieten op het boek dat je hebt moeten lezen, maar wel op je leerkracht van destijds.

Jan Paul zei

Nee Stefan, ik ben het niet helemaal met je eens. Enkele jaren later moest ik onder andere Hedonia van Kees van Kooten en De Harm en Miepje Kurk story van Remco Campert ontleden. Dat was helemaal niet zo'n straf.

En met gemak heeft het ook niets te maken. Bij gebrek aan genoeg goede informatieve kinderboeken las ik als kind non-fictie voor volwassenen. Niet makkelijk. Wel de moeite waard. Na Ivoren Wachters ben ik overgestapt op John le Carré. Ook niet makkelijk.

Mijn leerkracht is trouwens later een redelijk bekende publieke figuur geworden en heeft diverse keren zwaar onder vuur gelegen, onder andere als wethouder van Amsterdam. Daar is al genoeg op geschoten...