zondag, oktober 09, 2011

Puppy's en kinderen


Houden kinderboekenschrijvers van kinderen? Niet allemaal dus. Joukje Akveld onderzocht het voor Vrij Nederland en schreef er een goed stuk over. Ik ben een van de auteurs en illustratoren die niet per se van kinderen houdt. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar zinnen als 'Ik hoop dat ze de kinderen meenemen!', 'Ha leuk, op kraamvisite!' en 'Mag ik 'r even vasthouden?' zul je niet dagelijks van me horen. Een klas vol kinderen is niet mijn favoriete uitzicht, zoals een nestje puppy's dat wel is. Het gebeurt regelmatig dat zo'n klas mij tijdens een lezing wel verovert, maar niet altijd. Mijn onderbewuste geeft kinderen vooraf het nadeel van de twijfel en dieren het voordeel - hoewel dat bij katten begint te veranderen door lange gesprekken met Sien.

Kinderen kunnen er niets aan doen. Het komt door de ouders en onderwijzers. Zijn die slecht, dan worden de kinderen vervelend. In mijn buurt wonen leuke ouders, dus leuke kinderen. De afgelopen week was ik op goede scholen, dus leuke kinderen. Maar als er ouders zijn die niet ingrijpen als hun kind de gangpadleuning in de trein als turnrek gebruikt? Tja. Ik erger me dan aan het kind, maar de ouders zijn natuurlijk schuldig. Docenten die tijdens mijn lezing huiswerk na gaan kijken en mij voorstellen als 'Jan Paul de Schutter' staan garant voor een lawaaiige en ongemotiveerde klas. Aan de andere kant: puppy's zijn nóóit lawaaiig en ongemotiveerd.

In het artikel komt ook Noëlle Smit aan het woord. Die tweette begin deze week: 'Mijn Kinderboekenweek is van start gegaan met een lege agenda :)'. Andere niet-kindervrienden in het stuk zijn Martha Heesen en Ted van Lieshout. Ted: 'Kleuters willen altijd zelf de aandacht. [...] Vertel ik een leuk verhaal over een hond, dan staat er één op en zegt: "Ik heb een konijntje." Ja, denk ik dan, het zal best dat jij een konijntje hebt, maar ik ben van mijn à propos.'

7 opmerkingen:

Ted van Lieshout zei

Angsthaas! Je háát kinderen, behalve de kinderen binnen een straal van 1 kilometer en 1 week om je heen. Zeker bang dat ze je komen hálen?

Jan Paul zei

De afgelopen week was ik op basisschool 'De Mozaïek' in Arnhem. Een zwarte school waar sommige kinderen in groep 1 beginnen terwijl ze nog nauwelijks Nederlands spreken, en waar ze de school na groep 8 met een bovengemiddelde woordenschat weer verlaten. Waanzinnig leuke klassen en uitstekende docenten. Het stukje schrijven zonder die nuancering zou als verraad voelen.

En wat de kinderen in de buurt betreft: Wat zou jij doen? Nu kan ik ze nog wel aan. Maar over een paar jaar niet meer.

Ted van Lieshout zei

Ik ben ook op die school geweest. Leuke school!

Ionica zei

Dat lijkt me een heerlijk artikel, ga ik lezen! Dat van Ted herken ik wel. Ik doe niet zo vaak iets voor kinderen en moest er de eerste keer erg aan wennen dat ze iets zeggen dat he-le-maal niets met jouw verhaal te maken heeft.

Ik ben nu trouwens wel extra trots dat Jan Paul mijn baby heeft vastgehouden. Maar die lijkt dan ook heel erg op een puppy.

Hengelgo zei

Het is waar, leuke kinderen hebben meestal leuke ouders. Kijk naar mij ;-)

Jan Paul zei

Volgens mij kun je ook gewoon heel veel mazzel hebben.

Pascale zei

Het is een mooi stuk in VN, maar ik vind het wel een malle generalisatie. Je vraagt toch ook niet aan Jan Terlouw of hij van adolescenten houdt? Of aan Siebelink en Japin of ze van volwassenen houden, of van vrouwen in leesclubs?

Ik hou ook niet van kinderen. De zinnen uit de eerste alinea zal ik ook vrijwel nooit zeggen. Sommige kinderen vind ik wel leuk, zoals ik sommige volwassenen leuk vind, en sommige ouden van dagen. Wat overigens niet wil zeggen dat ik over het algemeen veel van volwassenen of ouden van dagen houd. En sommige honden vind ik ook leuk, maar niet a priori een asiel vol.

Iets voor kinderen doen is een beetje een trucje, toch? Net als veel spreken voor groepen. En net als omgaan met andere onvoorspelbare leden van de samenleving. Als er een hond op me af komt hollen en ik wil niet met hem spelen, dan ren ik niet weg, maar blijf staan en kijk de andere kant op. Als een kind met zo'n konijntjesopmerking komt, ga ik er niet op in, maar zeg ik 'wat fijn' en kijk een andere kant op om verder te gaan met m'n verhaal.