vrijdag, september 03, 2010

Le Géant de Provence


Ja, van een afstandje ziet hij er paradijselijk uit, de Mont Ventoux. Maar niet van dichtbij als je hem met eigen spierkracht op moet. Overal in de buurt van de Ventoux zie je wielrenners. En bij elke wielrenner vroeg ik me af: 'zou hij...?' Maar volgens mij kun je het zien aan de bidons. Geen bidons? Die gaat niet langer dan een half uurtje. Twee bidons? Matig trainingsritje. Rugzak? Die gaat hem beklimmen. Alleen goed getrainde renners rijden hem zo snel op dat ze aan een litertje onderweg genoeg hebben. Op de top mag het ijskoud zijn, aan de voet is het 's zomers dik boven de dertig graden. En het is zo'n twintig kilometer lang klimmen.


Overal langs de berg zie je auto's langs de weg staan van familieleden die hun vader/man/zoon aanmoedigen. Heel soms zie je een vrouw. Aan het beentempo kun je zien wie hem wel en niet gaat halen. Een te laag tempo gaat zeker mis. Te hoog wordt lastig. Je moet slim kunnen schakelen, want de hellingspercentages verschillen enorm. Bovendien krijg je op de top - als je dus al kapot bent - ook nog eens te maken met de daar eeuwigdurende mistral. Alleen wind in de rug is fijn, dus 75 procent kans dat die wind vooral hindert. Bij sommige mensen wil je aan het begin al schreeuwen: 'Stop maar. Spaar jezelf, dit wordt niets.'


Op de top is het een compleet maanlandschap. Enorme vlaktes waarop niets groeit, zelfs geen grassprietje. Het waait er zo hard dat al het weggewaaide afval in de hekken gedrukt wordt: blikjes, kledingsstukken, tassen. De mistral wint het met gemak van de zwaartekracht. Niemand staat lang boven, behalve de mensen die er werken in hun winterkleding. Het uitzicht is prachtig, maar het is te koud, te winderig, te druk en te lawaaierig. Bovendien heb je er als gewone toerist het gevoel dat je er niet thuis hoort. De Ventoux is van de wielrenners, de helden.

Ik moest maar eens trainen om ook zo'n held te worden.

Geen opmerkingen: