vrijdag, september 04, 2009

De kinderafdeling



Na een lezing in een ziekenhuis krijg ik het verzoek om nog even bij de kamers langs te gaan. Sommige kinderen waren te ziek om naar de lezing te komen, maar ze zouden het misschien toch fijn vinden als de ‘beroemde schrijver’ nog even langs kwam. Uit ervaring weet ik dat de kans daarop ongeveer nul is, maar misschien zit er toch een kind tussen dat ik blij kan maken.

De vrijwilligster Wilma begeleidt mij langs de kamers. Daar ben ik niet blij mee, want Wilma heeft elke feeling met kinderen ergens tussen de hongerwinter en de koude oorlog verloren en bezit de goddelijke gave om steeds precies de verkeerde dingen te zeggen.

Aangekomen op de kinderafdeling zien we een familie rondom een ziek jongetje zitten. Het is een uiterst intiem moment. De grootmoeder veegt met een verfrommelde zakdoek haar ogen af. Ik wil doorlopen, maar Wilma dendert door.

‘Dag allemaal, ik heb hier niemand minder dan de beroemde schrijver Jan van Schutten bij me en die wil even wat vertellen over zijn boek over Amsterdam. Ga je gang Jan.’

De familie kijkt me verbijsterd aan. Door Wilma denken ze nu dat ik een boek probeer te pluggen bij zieke kinderen. Het jongetje zelf heeft nog niet eens onze kant opgekeken.

‘Dat lijkt me geen goed idee,’ zegt de moeder van het jongetje met een geïrriteerde blik naar mij. ‘Ben is net bijgekomen van een zware operatie.’

‘Heel veel sterkte,’ probeer ik nog. Maar deze familie zal mij voortaan als de meest immorele schrijver ter wereld zien. En hoe wanhopig moet een schrijver zijn om een boek over Amsterdam in Rotterdam aan de man te brengen? Kennelijk heeft hij alle ziekenhuizen in Amsterdam en omgeving al gehad.

Op naar het volgende slachtoffer.

Een jongen en zijn vader zitten naar een voetbalwedstrijd te kijken. Gezien het trainingspak van de vader zéker geen lezerspubliek.

‘Mogen we even storen?’ vraagt Wilma vrolijk. ‘Dit is Jan van Schutten, de schrijver. Ken je die?’
‘Nee,’ zegt het jongetje terwijl hij stoïcijns naar de beeldscherm blijft kijken.
‘Nou dat maakt ook niet uit. Maar hij wil graag wat voorlezen uit zijn boek.’
‘Zien jullie niet dat we voetbal zitten te kijken?’ zegt de vader geërgerd.
‘Hij kan anders heel boeiend vertellen over weeskinderen en de Verlichting, hoor.’
De vader en het jongetje reageren niet meer. Er wordt gescoord en de vader begint te vloeken.

‘We vinden vast wel iemand.’ zegt Wilma. ‘Laatst was Ali B hier en dat was wél een succes.’

Wilma wil coute que coute dat ik ga voorlezen aan een kind. Al moeten we desnoods naar Dordrecht lopen.

‘Ah, daar zijn weer kindjes,’ zegt ze tevreden.
Het zijn twee meisjes met kale gezwollen hoofden door de medicijnen en de chemokuur. Aan hun gezichten is te zien dat ze door een hel zijn gegaan en dat ze daar nog lang niet uit zijn. Ze zijn een jaar of vijftien en hoogstwaarschijnlijk de allerlaatsten op aarde die op een bezoek van ons zitten te wachten. Wilma komt vlak naast ze staan. Ik moet wel mee. De meisjes wisselen ringtones uit. Ze doen net alsof wij er niet zijn, wat de zaak nog pijnlijker maakt.

‘Ook goedemiddag,’ zegt Wilma tegen de twee.
Ze kijken een seconde onze kant op en gaan daarna weer verder met hun mobieltjes.
Ik heb Wilma maar verteld dat ik niet Jan van Schutten heet.
‘Ik heb hier dus eh… Jan eh… nou zeg eigenlijk zelf maar wie je bent en wat je hier komt doen.’
‘Nee,’ zeg ik. ‘Volgens mij zitten ze helemaal niet op mij te wachten.’
‘Lees maar een stukje voor uit je boekje,’ zegt Wilma onverstoorbaar. ‘Hij is een kinderboekenschrijver,’ fluistert ze quasi-samenzweerderig tegen de meisjes. 'En de andere kindjes hebben wél geboeid naar hem zitten luisteren. Laat je boekje maar eens zien Jan. Er staan ook strips in.’
‘Wilt u weggaan?’ vraagt een verpleegster die alles van een afstandje heeft gezien.
‘Tuurlijk,’ zeg ik. Ik probeer nog een knipoog naar de meisjes te maken om duidelijk te maken dat ik ze begrijp. Maar hij mislukt en komt over als een zenuwtic.

Wilma stelt voor om maar naar de kamers met kinderen van zes tot acht te gaan. Die zijn vast wel geïnteresseerd in mijn boekje over Amsterdam. Ik protesteer, maar zij klopt al op de deur en stormt zonder te luisteren naar binnen.

Het komt deze middag niet meer goed.

7 opmerkingen:

tante van een leukemiepatientje zei

En toen heb je je zeker omgedraaid en ben je vastberaden vertrokken, hoop ik?

Jan Paul zei

Ik werd gered door een verpleegster die het van Wilma overnam en die wél gevoel voor zieke kinderen had.

Marijn zei

wauw wat een heerlijke nagelbijtende, tenenverkrampende vijf minuten waren dit! Ik zie zelfs al bijna hoe die 'zusterrr' eruit ziet! Dank!

Pascale zei

Raar dat zelfs die aanbeveling over de Verlichting niet werkte.

ted zei

Ik heb het ook meegemaakt en hoe pijnlijk het ook was, het werd allemaal met de beste bedoelingen gedaan. In mijn geval - en ik geloof in jouw geval ook - viel het ziekenhuisbezoek uiteen in twee delen: een optreden voor kinderen die naar een bepaalde ruimte kwamen om naar je te luisteren, en een tour langs kinderen die niet naar die ruimte konden komen. Dat eerste is goed: kinderen kunnen zelf kiezen of ze naar de schrijver toe willen; het tweede is vreselijk verkeerd. Er zitten kinderen tussen die zo ziek zijn, dat je je totaal misplaatst voelt; bij andere kinderen kom je net op het moment dat de ouders fijn op bezoek zijn, dus dan komt het óók niet goed uit. En ik had een ontegenzeglijk voordeel boven jou, Jan Paul: ik kon voorstellen aan zo'n kind: zal ik een tekening voor je maken? En dat is net even een fractie minder erg dan een verhaal ophoesten aan een doodziek kind.
Ik heb me zelden zo opgelaten gevoeld als toen, maar ze organiseren dat met de beste bedoelingen, en dat is ook de reden waarom je op zulke verzoeken ingaat.

Ionica zei

Eigenlijk zouden ze natuurlijk vantevoren gewoon even moeten vragen aan die kinderen wie het leuk vindt als er een schrijver aan zijn bed komt.

Ik hoop dat ergens iemand in een ziekenhuisbed dit blogstukje leest en kan giechelen om de knulligheid van Wilma. En zich dan afvraagt: "Zou dat soms onze Wilma zijn?"

coen zei

Tenenkrommend. Ik vind het al erg als dit soort dingen gebeuren bij gezonde mensen.