zondag, augustus 31, 2008

Amy, Randy & Joan (door Alexander)

Ben ik weer. Met drie liedjes. Niet met drie cd’s, want de cd’s die ik de afgelopen zomer heb beluisterd stelden me voor onmaakbare keuzes: moest ik de eerste keer na de zomer schrijven over de zachte rockstem van Teddy Thompson, over mijn gemengde gevoelens rond Gabriella Cilmi, over de groots opgezette muziekpartijen van Nicole Atkins, of moest ik toch nog wat woorden wijden aan onterecht onderbelichten als Santogold, Coldplay, Vampire Weekend of Shane Shu? Ik koos drie liedjes van Amy Macdonald, Randy Newman en Joan As Policewoman.

Amy Macdonald – Let’s Start a Band

Amy is een jonge Schotse met schoongepoetste gitaar, een lelieblank huidje en een ziel die daar goed bij kleurt. Haar muziek klinkt volgens mij het beste in een pas gestofzuigde kamer, want haar zangklanken, haar gitaarroffels en haar galmende achtergrond zijn zo opgeruimd, dat je bij jezelf meteen overal stofnesten gaat vermoeden.

Haar album This Is The Life klinkt alsof Amy eens goed de bezem door haar hoofd heeft gehaald, en smetteloos rolt haar liedje uit haar mond, zoals een warm mes door de boter glijdt-snijdt, zoals een trein over een ingezeepte spoorrail tsjoekt. Tsjoekt? Ja, dat klinkt eigenlijk niet zo soepeltjes, maar in het landelijke Schotland dat je ook in Amy’s muziek hoort, rijden boemeltjes.

Maar ‘Let’s Start a Band’ is een leuke uitzondering, vanwege de vreemde opbouw. Het liedje is één langgerekte twijfel, aaneengeregen coupletten omdat ze niet naar het refrein durft – het voelt als de tergende minuten waarin je de moed bijeenschraapt om naar dat bloedmooie leuke meisje toe te stappen, om een praatje te gaan maken (waarin je dus niet meteen je eeuwige liefde moet verklaren, overpeins je dan, tijdens die twijfel). Amy stelt haar refrein uit tot het einde, als ze haar ambitie kenbaar durft te maken tegenover haar potentiële geliefde: ‘Let’s start a band! Let’s start a band! Let’s start a band!’

Randy Newman – Harps And Angels

Het titelnummer van het album Harps And Angels van Randy Newman is het leukst. Hij laat zijn stem heupwiegen, als een soulvolle man, een oude man bovendien, die in dit bluesy nummer vertelt over oudemannenzaken, aan zijn oude vrienden, zijn ‘boys’. Hij praatzingt, terwijl de pianist van het kroegje zijn vingers over de toetsen laat stappen.

Eerst begonnen zijn knieën te trillen, zijn hart begon te stampkloppen. Aritmisch, vals – en hij viel op zijn gezicht, op de koude stoep. En jongens, je weet, hij is geen religieus man, maar hij stuurde toch een gebedje de hemel in, voor de zekerheid, je kunt nooit weten. En hij hoorde een geluid – zoete mmm-neurietjes, twinkelende snaartjes, aaiende strijkers – ja, ja! Harpjes en engeltjes!

De engel begint vervolgens een geweldig grappige preek. Randy’s tijd is nog niet gekomen, maar hij wil wel even iets kwijt. De woorden van de engel zijn het eerste dat Randy echt zingt, de toehoorders in de kroeg moeten zitten te wiegen op hun stoel, met een vochtig waas voor hun ogen. ‘Allright girls, we’re outta here!’ zeggen de engelen. Randy mijmert nog wat, prachtig mijmeren is het – en dan: ‘Let’s go get a drink.’

Joan As Policewoman – To Be Lonely

Ook bij dit nummer zie ik een beeld, een ijzersterk, onverwoestbaar beeld. Het is een ontwaaklied, van twee mensen op een vroege ochtend, een vrouw en een man, die, beseft ze nu, háár man moet zijn. Ze wordt aarzelend wakker, in het lange intro, draait haar hoofd naar dat van haar man, dat naast haar op het kussen ligt. Hij slaapt nog – en als ze begint te zingen hoor je hem nog slapen, een zware slaapademhaling.

Ze zoekt naar woorden. ‘This is the one, I will try…’, denkt ze, ‘this is the one… I would die for… to be lonely… to be lonely with.’ Dat is zo ongeveer de mooiste zin uit een liedje die ik ken. Er zit een moeilijk en zwaar leven in – de vrouw kende verdriet, rouw, vertrouwen dat telkens weer beschaamd werd, maar nu heeft Joan een geestverwant gevonden: iemand voor wie ze zou sterven om eenzaam mee te zijn.

To Be Lonely is een ademend nummer, een lied waarin het gevoel zo puur en zo levend is, dat het zeldzaam ontroert. Het is zwaar, met een donkere piano, met een altviool die langzaam een lange, lage triltoon maakt, met een donkere bassnaar waarover een stijkstok strijkt, zo laag dat het een slaapademende man lijkt. Maar het is ook licht. Joan heeft hem gevonden. Het nummer dooft uiteindelijk uit, maar niet omdat het gevoel weg is – de gedachte om is en de wereld in gedreven is.

vrijdag, augustus 29, 2008

Pauw

Gisteren had de VPRO een thema-avond genaamd 'Mannen volgens vrouwen.' Daarin werd uitgelegd waarom vrouwen humor zo belangrijk vinden bij een man. Want eigenlijk is het helemaal niet logisch dat humor aantrekkelijk is. Een stevige kaaklijn, brede schouders en sterke spieren wel. Die duiden op gezondheid en zorgen zo voor een sterk nageslacht. Maar humor? Wat heb je daar aan?

Nou blijkt humor net zo te functioneren als de veren van een pauw. Ook daar heb je nageslachttechnischerwijs niets aan. Sterker nog, die zijn alleen maar onhandig. Toch vallen vrouwtjespauwen steevast op de mannetjes met de grootste veren. De veren blijken namelijk een graadmeter te zijn voor sterke genen. En bij mensen geldt dat dus voor humor.

Wellicht binnenkort op dit blog dus de nieuwe rubrieken:
Jan Pauls Moppentrommel
Lachen met JP
Schateren met Schutten
Lachen is gezond

en Wie het laatst lacht

donderdag, augustus 28, 2008

Pawlee



Dit is Pawlee. Pawlee heeft iets bijzonders gedaan. Raad eens wat?

A: Hij heeft drie inbrekers verjaagd.
B: Hij heeft drie beren verjaagd.
C: Hij heeft drie mensen die weigeren een poll in te vullen verjaagd.
D: Hij heeft drie voormalige krakers uit de jaren tachtig verjaagd.

woensdag, augustus 27, 2008

Een opiniestukje. Omdat het moet.

Ik moest mijn weblog van Bibi wat meer diepgang geven door ook eens een opiniërend stukje te plaatsen. Bij dezen.

Mensenrechten in China en de Olympische Spelen


Nu de Olympische Spelen voorbij zijn kunnen we de balans opmaken. Hebben de Spelen er voor gezorgd dat de mensenrechten in China zijn verbeterd, zoals het IOC eiste en verwachtte? Nee. Er wordt nog flink doorgemarteld en vermoord. En dat was natuurlijk wel degelijk te verwachten. Hadden de Spelen daarom niet in Peking georganiseerd mogen worden?

Baron Pierre de Courbertin, oprichter van de Olympische Spelen, was geen politicus. Zijn doel was om verschillende volken door sport weer bij elkaar te krijgen. Die wedstrijden werden gespeeld door sporters en niet door politici. En ze werden bekeken door burgers en niet door politici. Kortom, de Spelen en politiek hebben niets met elkaar te maken. Zou je zeggen.

Maar zo simpel ligt het niet. Hitler gebruikte de Olympische Spelen van 1936 wel degelijk om politieke redenen. En sindsdien is de politiek er langzaam in geslopen. Vooral in de vorm van boycots. 'Wij gaan niet naar Moskou, zijn komen niet naar Los Angeles.' De Spelen, die juist bedoeld waren om mensen door sport dichter bij elkaar te brengen, waren een politiek instrument geworden van diverse regeringen. Die hebben zich de Spelen toegeëigend.

Hadden de Spelen daarom niet naar Peking mogen gaan? Allereerst, als ze in Wladiwostok georganiseerd zouden zijn, dan waren de Chinezen de mensenrechten ook niet ineens belangrijk gaan vinden. En de hele wereld weet nu dat China de mensenrechten schendt. Door de Spelen. Maar daar gaat het mij niet om. De Spelen moeten weer van het volk worden. Van de sporters en van de kijkers. Daarom mogen ze in princie best in China georganiseerd worden. Voor mijn part in Zimbabwe en Soedan. Als de regering zich er maar niet mee bemoeit.

Het mooiste voorbeeld daarvan zag ik bij Nino Salukvadze uit Georgië en Natalia Paderina uit Rusland, die bij het boogschieten brons en zilver wonnen. Zij omhelsden elkaar als lange middelvinger naar hun regeringsleiders.

dinsdag, augustus 26, 2008

In de rij

In Polen werd dit weekend de I-Phone gelanceerd. En dat ging net als in veel andere landen gepaard met rijen voor de winkels waar het apparaat te koop was. Toch was er een klein verschil met de andere introducties. De mensen die hier in de rij stonden werden betaald door Apple. Het waren jonge, hippe, mooie acteurs. De Poolse consumenten lopen namelijk helemaal niet warm voor zo'n gadget. Ze vinden het te duur. Niet zozeer het apparaatje zelf, maar vooral het abonnement dat er bij hoort. De rij moest ze van gedachten doen veranderen: 'Hé, die leuke hippe mensen hebben er wel een. Nou moet ik dus ook I-Phone hebben.'

Zou het werken, zo'n bizarre marketingtruc?

Geen idee. Maar nieuw is het niet. Een andere Apple had het ook al eens gedaan. Die Apple was de platenmaatschappij van The Beatles. Die hadden nog niet zoveel succes in de Verenigde Staten. Daarom huurde Apple jonge actrices in die tijdens een televisieshow histerisch moesten gillen (zoals dat in Europa al vanzelf gebeurde). Dat heeft in elk geval wel aardig gewerkt...

maandag, augustus 25, 2008

Foekje Dillema

Als het nodig zou zijn geweest, dan hadden atletes met een verdacht mannelijk uiterlijk op de Olympische Spelen een seksetest moeten ondergaan. Het is in Peking gelukkig niet gebeurd. In het verleden is het wel regelmatig voorgekomen dat een man zich als een vrouw voordeed. Soms zelfs tegen haar zin. Zoals bij Dora Ratjen, die van Hitler als vrouw naar de Spelen van 1936 moest. Iedereen wist dat zij een man was.

Ook kan het dat een vrouw door hormonen meer op een man gaat lijken. Dat gebeurde met 'Hormone Heidi' Krieger uit het voormalige Oost-Duitsland. Zij is na haar sportcarrière ook echt van geslacht veranderd en heet nu Andreas. Ze twijfelde altijd al, maar de hormonen gaven haar net dat extra zetje om een man te worden. Ze is nu heel gelukkig met haar beslissing.

Dat het volkomen fout kan gaan blijkt uit het vreselijke verhaal van Foekje Dillema. Foekje was een succesvolle atlete en werd de nieuwe Fanny Blankers genoemd. Fanny zelf weigerde tegen Foekje te lopen. Ze dacht dat Foekje een man was en heeft haar zelfs bespied in de kleedkamer.

Hoe goed was Foekje? Ontzettend goed. Ze liep in 1950 een wereldrecord aan flarden. En het beste zou nog moeten komen, want ze was nog jong. Maar wat zo mooi zou moeten worden, werd uiteindelijk een hel. Na haar record werd ze door de KNAU naar een geslachtskeuring gestuurd. Ze weigerde echter om helemaal naakt voor de 'keuringsdienst' te verschijnen. De artsen gaven haar daarom het stigma 'hermafrodiet' - een term die alleen voor dieren en planten wordt gebruikt. Foekje werd geschorst en haar record werd uit de boeken gehaald. Later probeerde ze nog een keer mee te doen aan een wedstrijd. Ze werd door drie mannen van de bond opgewacht en gesommeerd weer terug naar huis te gaan.

Foekje dook vervolgens twee jaar onder. Ze liep met een hoofddoek om op straat en had pleinvrees gekregen. Haar leven was verwoest. Ze leidde verder een eenzaam bestaan. Foekje is op vijf december 2007 overleden. Genetisch onderzoek wees uit dat Foekje gewoon een vrouw was.

De KNAU heeft postuum excuses aangeboden en haar record weer teruggezet in de boeken.

zondag, augustus 24, 2008

Luxehotel

Een lieve vriendin van mij kwam een tijdje geleden bij uit een coma. Ze kreeg meteen slecht nieuws te horen. Bovendien moest ze weer opnieuw leren lopen en kon ze verder heel weinig. Een dag later stond er een arts met een groep co-assistenten aan haar bed. 'Zo,' zei de arts, 'u kunt straks weer naar huis.' 'Naar huis?' vroeg de vriendin verbaasd. 'Ik kan amper lopen. Ik woon drie hoog. Hoe moet ik dat doen? Ik zal eerst van alles moeten regelen.' 'Daar heb ik niets mee te maken,' zei de arts. 'Weet u wat een ziekenhuisbed hier kost? Het is hier geen luxehotel, mevrouw.' 'Maar dokter,' zei mijn vriendin, 'ik heb hier ook helemaal niet geboekt.'

vrijdag, augustus 22, 2008

Elfjes en bosgeesten (door Miebeth)

Veel luchtmachtpiloten wisten al lang dat ze bestonden, elfjes en bosgeesten. Maar ze hielden hun mond uit angst om voor gek te worden verklaard en hun brevet te verliezen. Toch had de nobelprijswinaar Charles Wilson al in 1920 bewezen dat ze moesten bestaan. Elfjes en bosgeesten? Elves en sprites, om precies te zijn. En blue jets, want die horen er ook bij. Wat zijn het? Een soort bliksems. Maar dan anders. En zo zien ze er uit:



Dit is een blauwe sprite.



Deze is rood.



En deze ziet er heel spookachtig uit.



Hier zie je ze samen. Je ziet ook de hoogte waar ze verschijnen.

Van alle fenomenen zijn de blue jets de enige die ook met het blote oog vanaf de aarde waar te nemen zijn. Ze duren ongeveer een kwart seconde. Elves zijn alleen met supergevoelige camera's vastgelegd, ze duren maar een duizendste van een seconde. Ze zijn bovendien te hoog om vanaf de grond gezien te worden. En ook sprites hebben maar een levensduur van een honderdste seconde. Soms duren ze iets langer en dan zijn ze dus voor de piloten waarneembaar.

Het zijn elektrische ontladingen die niet van wolk tot wolk of van wolk tot aarde gaan, maar die vanuit de wolk opstijgen. Sprites beginnen zelfs kilometers ver boven de wolk. Verder weten we er niet zo heel veel van. Behalve dan dat ze gi-gan-tisch zijn. En altijd in combinatie met een onweersbui. Het grootste vuurwerk bij onweer speelt zich dus ver boven ons af. Dat moet een geruststellende gedachte zijn. Of niet.

woensdag, augustus 20, 2008

Wie wint?

Tja, tussen al dat mediageweld rondom de Olympische Spelen zou je bijna vergeten dat er ook nog andere sportevenementen zijn. Zo beginnen vandaag de wereldkampioenschappen krachtpoepen in Oxford. Nederland speelt sinds het goud van Vreugdenhil op de pentlapoep al geen rol van betekenis meer. Maar wie zijn de kanshebbers op goud dit jaar?

Boven van links naar rechts:

  • De Rus Igor Vladzjev. Wint praktisch altijd wel een medaille, doch komt meestal iets te kort door concentratieverlies in de finale.
  • De Georgiër Isily Sdinkladze. Publiekslieveling met ongekende technische hoogstandjes. Scoorde bij de een wereldbekerwedstrijd zes tienen op de vrije kür dankzij een perfect uitgevoerde omhaal.
  • De verschrikkelijke Hongaar Gyorgy Hajós: verslaat zijn tegenstanders het liefst met knock-out. Was drie jaar wegens een schorsing door dopinggebruik uit de running, maar lijkt nu sterker dan ooit.
  • Outsider Eusebio Ronaldo voor Portugal. Verdegigend ijzersterk. Had een blessure aan de linkerbil, maar is weer op de weg terug.

Daaronder van links naar rechts:

  • De Let Anis Rubenis. Komt nog uit de 20 kilo- klasse. Heeft nu de stap naar 20+ gemaakt. Wil hier vooral ervaring opdoen voor Lausanne 2010.
  • De Duitser Horst Radinsky. Vier jaar geleden nog wereldkampioen. Lijkt helemaal klaar voor 2008. Kan pieken op het juiste moment. Het is hier een beetje een thuiswedstrijd voor hem, want hij studeert internationaal recht in Oxford.
  • De Koreaan Park Sung Kim. Zette het krachtpoepen voor Korea op de kaart. En hoe. Een supertalent. Wereldrecordhouder en titelverdediger. Gecoached door de Nederlander Bertel Grote.
  • Voor de jonge Bulgaar Ivan Spertilov lijkt dit WK nog te vroeg te komen. Vorig jaar werd hij nog wereldkampioen bij de junioren, maar hij lijkt de inhoud en ervaring die je bij de senioren nodig hebt nog te missen.

maandag, augustus 18, 2008

Sir Nils Olav

Al sinds jaar en dag inspecteert Kolonel Nils Olav de Noorse troepen. Vanwege de professionaliteit en waardigheid waarmee hij deze taak verricht, heeft de Noorse koning besloten dat de kolonel zich voortaan Sir Nils Olav mag noemen. Sir Nils Olav woont momenteel in Edinburgh Zoo, maar inspecteert de Noorse commando's desondanks regelmatig.

zondag, augustus 17, 2008

Duke Kahanamoku

Vergeet Michael Phelps. Voor echte zwemhelden moeten we veel verder terug. Naar het begin van de vorige eeuw. Naar Duke Kahanamoku.

Duke Paoa Kahinu Mokoe Hulikohola Kahanamoku groeide aan het eind van de negentiende eeuw op bij Waikiki. Hij was een beach boy avant la lettre. De hele dag was hij zwemmend en surfend op het strand te vinden. In de westerse wereld surfde nog niemand, maar in Polynesië deed men het al honderden jaren. In 1911 ontdekte een Amerikaanse vakantieganger zijn zwemtalent. Die haalde Duke over om mee te doen aan de nationale zwemkampioenschappen. Dat deed Duke en hij verbijsterde iedere aanwezige door het wereldrecord op de honderd meter met bijna vijf seconden te verbeteren. Toen de nationale sportbond ervan hoorde weigerde men het daar te geloven. Zo'n tijd was immers compleet onmogelijk.

Duke herhaalde zijn prestatie nog enkele keren en mocht mee naar de Olympische Spelen in Stockholm. Daar haalde hij goud op het koningsnummer, de 100 meter vrij en sleepte zijn land naar een zilveren medaille op de estafette. Bij terugkeer wachtte hem een koude douche. Niet hij werd gelauwerd, maar zijn blanke teamgenoot George Cunha. Liever zilver van een blanke, dan goud van een Hawaïaan, vond men daar toen.

In plaats van verbitterd terug te keren naar Hawaï bleef Duke echter doorzwemmen. En bij de volgende Spelen in Antwerpen veroverde hij twee maal goud. Nu werd hij wel gewaardeerd en kreeg, net als Johnny Weismuller een aantrekkelijk Hollywoodcontract. Hij verhuisde naar Californië en maakte 28 films.

Toen er in 1925 tijdens een storm een schip voor de kust verging, wist Duke met zijn surfplank nog negen opvarenden uit het schip te redden. Zijn plank bleek zo effectief bij het redden van drenkelingen dat de strandwachten er sindsdien met surfplanken werden uitgerust.

Zo werd Duke niet alleen een van de grootste surfers aller tijden (hij maakte de surfsport populair in de V.S.), niet alleen een van de grootste zwemmers aller tijden, maar ook nog een van de grootste helden aller tijden.

donderdag, augustus 14, 2008

Oude foto's

Ik ben de afgelopen dagen wat aan het opruimen geweest en kwam deze foto's tegen. Die wil ik graag met jullie delen.

Dit is mijn examenfoto uit 1954. Wat was ik trots op die tien voor godsdienst op mijn rapport. Maar ook mijn andere cijfers mochten er zijn hoor! Zeker als je bedenkt dat ik ook nog abactis was van de Christelijke Gymnasiasten Vereniging Concordia et Amicitia in Excelsis Deo.

1956. Ach ja, mijn studietijd. Ik studeerde politicologie en theologie. Wat een fijne tijd. Met mijn huisgenoten uit Huize Ezechiël, ons studentenhuis, zong ik graag psalmen na de avondmaaltijd. En daarna hup weer aan de studie! Maar een fijn stel waren we. Mieters om daar weer aan te denken.

In 1970 had ik mijn eerste baantje, als razende reporter van het blad CDActueel. Mooie tijden. Ik had stiekem een oogje op Jetty Braaksma van de boekhouding. Ik had haar graag een keer uit willen vragen, maar ze verloofde zich al snel met Harke-Jan Langebroek van personeelszaken.

1974, een heel andere tijd. Ik had mijn baan opgezegd en stortte me helemaal in het vrijwilligerswerk. Toen deze foto werd genomen was ik voorzitter van de stichting Jonge Gereformeerden Tegen Oorlog. Ik verdiende bij als assistent van Dick Passchier in het programma Spel zonder Grenzen.

Tja, 1998. Michel Montignac, kennen we hem nog? 'Ik ben slank want ik eet' van hem was toen mijn bijbel geworden. Nou, ik at tot ik een ons woog, maar ik viel er niet van af.

En hier is het alweer 2000. Wat een mooie tijd. Terrorisme bestond nog niet. De economie floreerde als nooit tevoren. En ik had al mijn spaargeld op aanraden van mijn beleggingsadviseur gestoken in Worldonline en Newconomy.

woensdag, augustus 13, 2008

In gesprek met Hector V.



Gisteren had ik een gesprek met Hector V. over het laatste taboe.

JP: Hector, je wilt onherkenbaar in beeld en 'Hector' is ook niet je echte naam hè?
H: Nee.
JP: Want je zit met een probleem en wilt liever niet dat men weet dat je daar mee zit.
H: Klopt.
JP: Je hebt namelijk de zeldzame geslachtsziekte blauwe vinvis.
H: Ja.
JP: Dat betekent dat je onbeschermde seks hebt gehad en nu opgescheept zit met enkele van 's werelds grootste zoogdieren in de schaamstreek.
H: En dat jeukt enorm, kan ik je vertellen. Bovendien is het erg lastig opstaan uit een stoel, want die beesten wegen een paar ton per stuk.
JP: Is er iets tegen te doen?
H: De artsen zeggen dat het vanzelf over moet gaan. Verder probeer ik de ongemakken wat te beperken met zalf.
JP: Meer kun je niet doen?
H: Meer mág ik niet doen, want de blauwe vinvis is een beschermde diersoort.
JP: En daar ben jij het niet mee eens?
H: Dat lijkt me logisch. Zeker nu het weer goed gaat met de walvis. Ik vind dat de Nederlandse regering moet ingrijpen. Ik verwacht daarbij steun van de kant van de Christenunie, want ik weet uit betrouwbare bron dat Eimert van Middelkoop ook bv heeft gehad.
JP: Wat nu?
H: Naar Japan. Daar kan de vinvis onder de noemer 'wetenschappelijk onderzoek' verwijderd worden.
JP: Heb je verder nog een boodschap?
H: Ja, vooral voor de jeugd: kijk toch alsjeblieft uit. Voor je het weet zit je met bv en dan kom je er heel moeilijk van af.
JP: Dank je wel voor dit gesprek.
H: Graag gedaan.

maandag, augustus 11, 2008

Update!

Het tijgertje heeft duidelijk kriebel op zijn gezichtje en krabt daarom met zijn linkerachterpoot aan zijn wang, iets onder het linkeroor. Wat nou komkommertijd?

Tijgertje

Belangrijk dierennieuws nu. Er lag een klein Siberisch tijgertje in een stoel in een dierentuin ergens in een dierentuin. Einde bericht.

zondag, augustus 10, 2008

Simpsonize me

Een paar weken geleden had ik mezelf nog gesimpsonized, nu is er een grapjas die Koning Juan Carlos op de Spaanse euro aan het simpsonizen is. Wie doet de koningin?

Kopregelverzinwedstrijd

Gisteren had ik amper honderd bezoeken, en hij is erg lastig. Dus er zal vast geen hond reageren. Maar toch een poging tot kopregelverzinwedstrijd. Meneer Bush heeft in Peking een onderhoud met Misty May Treanor (zo heet ze echt). Misty lijkt ook nog eens een tatoo van een 'W' op haar rug te hebben.

- 'Ehm, meneer de president? Zou u het heel erg vinden om weer op de tribune te gaan zitten? We zijn hier met een wedstrijd bezig.'
- 'Even spieken... Ja! Het is inderdaad een W!'
- 'Ik heb geen verstand van beachvolleyball, maar ik weet wel wat ik spannend vind.'
- 'Zeg meisje, weet je dat je het met die houding heel ver kunt schoppen in het Witte Huis?'

donderdag, augustus 07, 2008

Waardeer eens een wolk

Sinds enkele dagen ben ik officieel lid van The Cloud Appreciation Society. Dat houdt in dat ik zal proberen om alle lezers van dit blog te overtuigen van de schoonheid en wonderen der wolken. Daarnaast beloof ik plechtig op feestjes en partijen en bij het aanschouwen van een bijzondere wolk mijn gezelschap te voorzien van interessante wolkenweetjes.

woensdag, augustus 06, 2008

Mensen wíllen bedrogen worden

Gisteren verloor Uri Geller weer eens een rechtszaak tegen Youtube. Geller wilde dat een filmpje waarin James Randi (over wie ik al een paar keer heb geblogd) zijn trucs ontmaskerde van de site wordt gehaald. Waarom Geller al die moeite deed is onduidelijk. Randi ontmaskerde hem al eerder in een veel bekeken televisieprogramma, en dat schaadde Gellers populariteit allerminst. Bovendien is hij zo vaak ontmaskerd, dat het niet meer uit moet maken. Toets op Youtube maar eens "Uri Geller Cheat" in.

In hetzelfde filmpje dat Geller van Youtube wil halen maakt Randi ook korte metten met televisie-evangelist Peter Popoff. Popoff genas mensen in de naam van de Here Jezus en wist zonder te vragen welke kwalen iedereen had. Randi toonde via afluisterapparatuur aan dat al die informatie via Popoffs vrouw kwam. Er leek gerechtigheid te zijn, want niet veel later raakte Popoff failliet. Niemand trapte meer in deze nare man, toch? Oh jawel. Popoff is al jaren gewoon weer terug op televisiezenders over de hele wereld en verdient meer dan ooit. Tja, dan vraag je erom.

Gelukkig valt er ook te lachen om dit soort televisiedominees. Kijk maar:

maandag, augustus 04, 2008

John Larkin (door Herbert Snoekhuis)

John Larkin stotterde als peuter al. Zelfs zijn allereerste woordjes kwamen er stotterend uit. Hij kon geen zin probleemloos uitspreken. Het jongetje werd er enorm mee gepest en durfde nauwelijks in het openbaar te praten. Gelukkig kon hij ook dingen doen waarbij hij niet hoefde te praten. Zoals piano spelen. De piano was zijn manier om zich uit te drukken.

Larkin had veel talent. Hij werd jazzpianist en trad met succes op in de vele clubs en concertzalen in Los Angeles. Maar een echte doorbraak voor Larkin kwam er nooit. Vooral omdat zijn carrière door drank en drugs compleet naar de knoppen ging. Pas in 1986, toen zijn collega Joe Farrel aan een overdosis stierf, stopte hij rigoureus met zijn drank- en drugsgebruik.

Larkin verhuisde naar Berlijn. Daar was voor een jazz-pianist als hij genoeg te verdienen. Bovendien waren de verleidingen van zijn verslaving daar minder groot dan in L.A. Hij speelde vooral in clubs en op cruise- en partyschepen. Op een avond durfde hij er zelfs bij te zingen. Niet op een gewone manier. Dat kon hij niet. Maar de scat-stijl van zijn helden Ella Fitzgerald en Louis Armstrong lag hem wel. Het leek zelfs een beetje op stotteren. De scattende Larkin was een groot succes.

De manager van Larkin vond dat hij er wat mee moest doen. Het zou prima passen bij de eurodance-stijl die op dat moment een rage was. Larkin zag er niets in. Maar zijn manager ging achter zijn rug met een tape om naar platenmaatschappij BMG, en die waren meteen verkocht. Larkin ging daarom aan het werk met twee dance producers en schreef een nummer over stotteren. Als positieve boodschap voor stotterende kinderen.

John Larkin was natuurlijk geen goede naam in de dancewereld, dus dat werd veranderd in Scatman John. En het nummer, Scatman (Ski-Ba-Bop-Ba-Dop-Bop) werd een ongekende wereldhit. ‘I turned my biggest problem into my biggest asset’ zei hij er later over. Maar belangrijker voor Larkin was dat het liedje ook daadwerkelijk een stimulans voor stotterende kinderen bleek. Hij kreeg reacties van stotterende kinderen vanuit de hele wereld. En het had nog een effect. Waar in zijn eerste interviews nog voortdurend aan zijn gestotter werd gerefereerd, merkte een journalist enkele weken later op dat Larkin nauwelijks stotterde. Het was hem zelf niet eens opgevallen. Maar het was wel zo. Op 53-jarige leeftijd had hij zijn gestotter overwonnen.

De multimiljonair Larkin bleef muziek maken, maar combineerde dat later met een baan als rabbi. John Larkin stierf in 1999 in Los Angeles.

zaterdag, augustus 02, 2008

vrijdag, augustus 01, 2008

Cloud Number Nine 2 (door Miebeth Zalfjes)


Na enkele seconden vrije val begon die reis door de hel voor Rankin: de tocht dwars door de wolk. Zo’n onweerswolk lijkt het meest op een wildwaterbaan van ijskoude stormwinden. Opstijgende ‘warme’ lucht mengt zich in razend tempo met koude stromen, zodat er verwoestende wervelwinden ontstaan. Tussen die in elkaar kluwende orkaanwinden bevond Rankin zich nu. Als balletje nummer dertien in de bingomolen van Huize Avondrood. De lichtflitsen om hem heen zorgden voor een stroboscopisch effect. De donderslagen hoorde hij niet zozeer, het allesverwoestende geluid voelde hij vooral. De geluidsgolven boorden zich tot in het diepste merg in zijn botten. In de tussentijd werd hij bekogeld door hagelstenen die net als Rankin zelf alle kanten op werden geslingerd en zo een steeds dikkere ijslaag om zich heen verzamelden. De hagelstenen in de wolk van Rankin waren inmiddels gegroeid tot het formaat van pingpongballen. Het had erger gekund. Er zijn wel eens stenen gevonden van bijna twintig centimeter.

Rankin kon nog op zijn horloge kijken. Hij berekende dat hij zo lang aan het vallen was, dat hij nu wel tot drie kilometer gedaald moest zijn. Op deze hoogte had de parachute automatisch open moeten gaan. Even vreesde de piloot dat de parachute het begeven had, maar een minuut later voelde hij hoe de koorden hem met kracht omhoog leken te trekken. Het scherm had zich geopend. Al voelde dat als alles behalve een verbetering. Want toen de parachute open ging werd hij een nog veel eenvoudigere prooi voor de kolkende luchtstromen. Hij voelde hoe de ijzige wind soms met enorme snelheden omhoog werd geblazen. De reis naar beneden zou normaal gesproken tien minuten duren. De tocht van Rankin duurde precies een half uur langer. Toch landde hij uiteindelijk op de grond. Hij had veertien kilometer verticaal afgelegd en honderd kilometer horizontaal.

Overleef je zo’n reis? Natuurlijk niet. Ook niet als er een wonder gebeurt. Maar bij Rankin was er sprake van een extréém wonder. Hij had de barre tocht overleefd. Zijn verwondingen vielen zelfs nog mee. Zijn lichaam was door bevriezing totaal verkleurd, hij was bedekt met striemen en builen en overal hadden de stiksels van zijn kleren zich in zijn huid geperst toen zijn lichaam was opgezwollen.

Rankin strompelde naar de bewoonde wereld. Eenmaal aangekomen bij een drukke weg wilde geen automobilist stoppen voor de doorweekte man die onder het bloed en braaksel zat. Hij moest nog verder lopen totdat hij bij een dorpje aankwam. Hij hoorde nog net een jongetje roepen: ‘Mama, er staat een piloot voor de deur!’ Een dag later kwam hij weer bij in het ziekenhuis. Tegen de pers vertelde hij dat hij een maand later alweer wilde vliegen. Maar het ministerie van defensie had andere plannen met hem. Hij mocht een opleiding doen om bevorderd te kunnen worden tot de hoogste regionen van de luchtmacht.

Rankin leeft nog steeds.