dinsdag, mei 27, 2008

Jacobus Kervel over boter

Onlangs kreeg ik deze vraag:

Ik heb onlangs een product voor op brood gekocht dat om onduidelijke redenen geen boter mag heten. En ook niet margarine of halvarine of Bona. Van mij had het wel gemogen, want ik gebruik het gewoon zoals ik alle andere broodsmeerboter gebruik en het product heeft het gewenste effect en smaakt ook als boter, margarine of halvarine. Maar het heet 'lekker op brood', dat staat tenminste op de bovenkant en op de zijkanten. Bij de productomschrijving staat 'Product voor op brood'. Met als klap op de vuurpijl de dikgedrukte zin: Een broodbeleg lekker op brood (5 g) bevat 17 kcal.

Kunt u dit misschien verklaren voor mij en tal van andere boterverwarden? Is boter of margarine tegenwoordig een vies woord? Beledigend voor bepaalde productgroepen?


Hier het antwoord.

Boter wordt gemaakt door volle melk net zo lang te kloppen totdat de vetbolletjes uit de room aan elkaar gaan klonteren. Boter bestaat daardoor uit 80 procent vet en twintig procent koolhydraten en eiwitten. Van elke vette melk kun je boter maken. In theorie zou je uitstekende blauwevinvisboter kunnen maken. Tenminste, als je een methode zou vinden om een blauwe vinvis te melken. Wat echte boter of roomboter dan is? Een pleonasme. Alle boter is gemaakt van room. En alle boter is echte boter.

Boter maken is bewerkelijk, dus duur. Bovendien is boter niet lang houdbaar. Het wordt uiteindelijk ranzig - vroeger noemde men dat 'geil,' hetgeen een bekende uitdrukking in een ander daglicht stelt.

Margarine is iets heel anders. Dat is uitgevonden in 1869 als antwoord op een prijsvraag die werd georganiseerd door de Franse regering van Napoleon III. Het doel was om een goedkoop en makkelijk produceerbare botervervanger te ontwikkelen. De prijsvraag werd gewonnen door Hippolyte Mège-Mouriés. Die mengde vet met magere melk, en verkreeg op die wijze een meer stabiel product dan traditionele boter. Mège verkocht zijn patent aan het Nederlandse bedrijf van Anton Jurgens, een van de pijlers onder het latere Unilever. Margarine is goedkoper en blijft langer goed.

Halvarine is weer ontstaan uit de afslankindustrie en is eigenlijk gewoon margarine met maar 40 procent vet.

Nu heb je ook daar weer varianten op, met allerlei variërende vetgehaltes. Deze variant mogen zich inderdaad geen halvarine of margarine noemen omdat ze op een geheel andere wijze worden gemaakt. Het mag zelfs niet eens verwijzen naar margarine of halvarine. Vandaar dat ze soms rare namen krijgen. We kennen zo bijvoorbeeld Lätta (gewoon Nederlandse nepboter), 'Lekker op brood' of, voor wie een goed geheugen heeft, 'Morgen.' Het valt eigenlijk nog mee. Ze hadden hun broodbeleg op Plurk, Gnoepf of Guichelheil kunnen noemen.

5 opmerkingen:

Alexander de boterverwarde zei

Dank u, Jacobus! Zeer verhelderende uiteenzetting. En verrassend, dat er zo'n hele geschiedenis achter alle boterachtigheden zit.

Jacobus Kervel zei

Je zou een boek kunnen vullen met boteravonturen en -wetenswaardigheden. Maar ik heb me ingehouden om er geen al te lang stuk van te maken.

Mag niet van Jan Paul.

Alexander zei

Tss, flauwe vent, die Jan Paul.

Marloes zei

Haha, dan krijg je tafeltaferelen als "Mag ik de Plurk?"
"Nee, ik doe aan de lijn, dus we hebben alleen Gnoepf"

En "Wie wil er nog een krentenbol met een beetje Guichelheil?" waarop iedereen enthousiast z'n hand uitsteekt.

ted zei

Tegenwoordig hebben ze allerlei spullen om melk smeerbaar te maken als boter. Philadelphia is, volgens mij, gewoon onvloeibaar gemaakte melk. Beetje peper, zout en kruiden erdoor en je hebt peperdure "magere kaas".