woensdag, april 30, 2008

Madonna (door Alexander)



Ziehier de nieuwe Madonna. Pas op, ze bijt. Met witgepolijste huid, een dikke vette ring om al haar linkervingers tegelijk en een zwartlederen rompertje is de toon gezet: op haar nieuwe album Hard Candy klinkt Madonna als een hiphopsletje. Ha, leuk! dacht ik, want haar laatste stijlveranderingen vond ik wel leuk. Sinds Confessions on a Dance Floor (2005) luister ik zelfs met andere oren en met wat meer waardering naar de discodance van ABBA, van wie ze een sampletje gebruikte in haar hit Hung Up.

Dat is de kracht van Madonna: ze kan zich elke muziekstijl eigen maken én die stijl zo naar haar hand zetten dat het toch weer Madonnaesk klinkt. Dit keer, voor Hard Candy, heeft ze zich overgeleverd aan Justin Timberlake, Kanye West, Pharrell Williams – en dat zijn niet bepaald B-sterren als je het over R&B en hiphop hebt, dat zijn de blingste pimps, yo. Dat weet ik zelfs. Terwijl ik absoluut niets heb met die muziek.

En Madonna weet het met de eerste twee nummers van de cd voor elkaar te krijgen dat ik mijn mening over hiphop ga herzien. Candy Shop heeft écht bijzondere beats, die laidback-relaxed en opzwepend tegelijk zijn, met stemtettertjes van Madonna en een diepe, diepe diepzeebas erdoorheen. En het onnadrukkelijke, ook weer relaxte, refrein heeft een synthesizerorgel waardoor het nummer een aangenaam stoere, subtiele aangelegenheid wordt – ondanks alle yo’s en hoerige kreunteksten als: ‘My sugar is raw.’

Nog sterker is het tweede nummer, 4 Minutes, samen met Justin Timberlake. Dat begint met soort toeter (die het midden houdt tussen stoomboot en trompet), een beat en een stel vervaarlijke zonnebrilpimps met zonnebrillen die wat friggy-friggy-taal heen en weer kaatsen. Na het intro nemen de toeters het over met een dreunend loopje, alsof er nijlpaarden op de trompetten blazen. Hiermee krijg je een club vol hiphoppers wel in beweging.

Het grappige is: 4 Minutes is eigenlijk een Justin Timberlake-nummer. De andere nummers van de cd zijn ouderwetse Madonna-nummers – en dat is ontzettend jammer. Het is alsof Madonna wat liedjes had bedacht en daarmee bij de producers aanklopte, met de vraag of zij er wat hiphoppigs mee konden doen. Zo’n beat. Of wat van die toeters.

Maar vanaf nummer drie zijn het eigenlijk allemaal wat laffe electronica-nummers, met wat lukrake hiphoppigheden eroverheen gesprenkeld. Ze kenmerken zich door veel kabbelherhaling en een behoorlijk lange speelduur. (Grappig daarbij is dat een aantal nummers op vierenhalve minuut nog even een nieuwe wending nemen, alsof ze áánvoelden dat het nog niet veel soeps was.)

Op de eerste twee nummers na is Hard Candy dus niet veel soeps. En als Madonna voor de zoveelste keer zingt dat ze all night long kan blijven dansen, begin je als luisteraar een beetje baldadig te worden: tsja, met zo’n laf deuntje en zo’n bedaard ritme is dat ook geen zware opgave...

zondag, april 27, 2008

The Last Shadow Puppets (door Alexander)


Ik denk dat ik weet wat de hobby van Alex Turner is. James Bondje spelen. En dan wel op de goede ouwe manier. Er moeten Russen in voorkomen, slimme slinkse spionage in het grote ongenaakbare Sovjetrijk. Groots decadent en meedogenloos meeslepend en allemaal ‘zo subtiel als een aardbeving’, zoals een typerende zin in een van de liedjes luidt.

Alex doet het ook nog echt, hij wentelt zich even helemaal in de wereld van James Bond – als muzikant, als voorman van The Last Shadow Puppets. Zijn hobbyproject, noemt hij dat, want hij blijft in het dagelijks leven natuurlijk de man achter de Arctic Monkeys. Maar de muziek is anders: Alex Turner maakt op de cd The Age of the Understatement grootse barokke kathedralen van muziek. Hij pakt flink uit, in elk nummer begeleid door het zwierige London Metropolitan Orchestra.

Een ventilator blaast je de grootsheid dus in het gezicht, meteen al als je het titelnummer van de cd luistert. Het begint met strijkers die een geluid maken van remmende schaatsen. En dan ontploft het strijkers- en blazersorkest, met een dreigend opbouwloopje – kataklopperende bassisten en slagwerkers op de achtergrond – dat klinkt alsof je gevaarlijk roekeloos een altaartrap beklimt. Ja, je moet het je echt in termen van zo’n overthetoppe beeldspraak voorstellen. Het lijkt alsof er een mannenkoor meegalmt op de achtergrond.

En dat galmt ook daadwerkelijk mee. En het is een mannenkoor van Russische generaals op een verder leeg, grijs Sovjetplein. Die zie je ook in het clipje bij het nummer, waar Alex Turner en zijn identiek zingende partner-in-crime Miles Kane op een Bond-achtige tank zitten of rondstappen door de sneeuw. Twee tengere mannetjes zijn het, met opstaande kragen, kapsels alsof ze John Lennon en Paul McCartney zijn.

Dé jongenshelden van de afgelopen halve eeuw hebben ze in hun muziek willen vangen. Het mag dan het tijdperk van het understatement zijn, een tijd waarin subtiliteit meer gewaardeerd wordt dan barokke grootsheid – maar The Last Shadow Puppets spelen lekker James Bondje.



Hier kun je de hele cd gratis beluisteren.

zaterdag, april 26, 2008

Dit blog de komende week

Morgen komt er nog een bijdrage van Alexander, daarna gaat dit blog een paar dagen op slot. Ik ga er een week op uit om te schrijven. Geen gastbloggers dit keer, maar dat komt in juni wel weer.

Tot over een week!

vrijdag, april 25, 2008

Pierre de pinguïn

Dit is de pinguïn Pierre. Pierre kon in tegenstelling tot zijn gevederde vrienden het water niet in, omdat hij kaal werd. Veren moeten het dier tegen de kou beschermen. Gelukkig maakten zijn verzorgers dit wetsuit op maat voor hem, en nou kan hij toch zwemmen. Pierre is nu zo gelukkig dat zijn veren spontaan weer terug beginnen te groeien.

donderdag, april 24, 2008

Kopregelverzinwedstrijd

Ga je naar een opera van Verdi, krijg je ineens dit te zien. Naakte acteurs met een Mickey Mouse masker op. Daar moet kopregelverzinwedstrijdtechnischerwijs iets mee te doen zijn. Zoals:

Charme-offensief Amerikaanse bisschoppen mislukt.
Ku Klux Clanleden proberen nieuw uniform.
Redactie Reformatorisch Dagblad verliest weddenschap.

woensdag, april 23, 2008

Jacobus Kervel over umami

In de culinaire wereld is het woord 'umami' zo bekend dat ik laatst met stomheid geslagen was toen ik uit de mond van twee erudiete personen vernam dat zij er nog nooit van gehoord hadden. Er zullen dus wel meer mensen zijn die het niet kennen.

Umami is de vijfde smaak, naast bitter, zuur, zout en zoet. Waar smaakt het naar? Tja, leg dat maar eens uit. Hoe omschrijf je zuur aan iemand die het woord niet kent? Umami is hartig. Een heel sterke ossenstaartsoep. Oude kaas. Sojasaus. Een tomatensaus die uren en uren heeft staan pruttelen. Dat is umami. En kennelijk is die smaak nog onbekend.

Maar nieuw is de smaak zeker niet. In horecabladen uit de jaren vijftig staan al advertenties voor Aji-no-moto, het broertje van peper en zout. Tegenwoordig kennen we het beter als 'smaakversterker,' 've-tsin' of 'mononatriumglutamaat.' Dit is de belangrijkste leverancier van de umami-smaak. De stof heeft een heel slecht imago. Het zou kankerverwekkend zijn en voor het Chinese restaurant-syndroom zorgen. In de Chinese keuken wordt het veel gebruikt, en sommige mensen worden duizelig en misselijk als ze daar hebben gegeten. Dat zijn over het algemeen mensen die goed op de hoogte zijn van het imago van ve-tsin, dus de kans is groot dat de klachten psychosomatisch zijn. Vooral productenten van maaltijdmixen, zoals Knorr, Conimex en Honig zweren bij het spul. Kijk maar eens op de verpakking. Een goedkoop bouillonblokje zit er ook boordevol mee. Helemaal onschadelijk is het overigens niet, maar dat geldt minstens zo voor peper en zout. Je moet het niet te veel gebruiken.

Terug naar umami. Topkoks uit de hele wereld zijn het er over eens dat umami een van de belangrijkste smaken is in een goed gerecht. Ze doen dan ook alles om die umami-smaak op te wekken, het liefst zonder de smaakversterker toe te voegen. Hoe? Dat legt Miebeth Zalfjes binnenkort uit...

dinsdag, april 22, 2008

Het leven van een schrijver (1) door Bibi


Nu Jan Paul een krankzinnige deadline te halen heeft en ik vanochtend slechts drie klassenbezoeken in een heel klein dorpje in Overijssel had en daarvoor om half zes moest opstaan, gaat hij ervanuit dat ik, nu bij terugkomst, de rest van dag niets meer hoef te doen, en dus voor het gemak in zijn plaats een blogstukje kan schrijven.
Dat is niet waar, want ik moet de workshop voor morgen nog voorbereiden en vanavond naar een concert. Maar omdat je altijd moet 'stand by your man-nen' doe ik het gewoon.
Ik twijfel over het stiltecoupe-verhaal van vandaag (ik zat in een stiltecoupe waar twee mensen heel erg hun best deden die stilte te verbreken) of over mijn geweldige SSS-ervaring van gisteren.
Ik houd even een inhoudelijke stemming....
Goed.
Driekwart van mijn hersenen kiezen voor het sss-verhaal.
Goeie keus.
Gisteren was ik in een biebje.
Alle kinderen van groep 7 zaten op bankjes om me heen, en net toen ik wilde beginnen schoot de juf overeind en zei dat ze er eentje miste. Ze doorzocht de bibliotheek en vond het verloren lammetje, we zullen hem Pietje noemen. Pietje lag languit te slapen op een bankje elders. Hij zette zich uiteindelijk op een bankje tussen de andere kinderen in en schoof weer met snurkgeluiden onderuit.
Ik vroeg: 'Pietje, kun je ook rechtop gaan zitten?' Pietje ging rechtop zitten en begon toen rechtop zittend snurggeluiden te maken. Iedereen lachen. Ik ook. 'Zeg Piet,' zei ik-die naam had ik van de juf gehoord- 'zeg Piet kun je misschien ook geluidloos zitten?' maar dat kon Piet niet. Hij stond op en begon te rennen. De juf, ze zag eruit als 16 en was een invalkracht, begon achter Pietje aan te rennen door de bieb. Af en toe kwam Piet vanachter een kast te voorschijn en dook achter een volgende weer weg.
Ik vroeg de kinderen of Piet altijd zo actief was. Ja, dat was-ie.
'Dus jullie zijn eraan gewend?', Ja, dat waren ze. Dus ik begon maar. De kinderen luisterden tot Piet opeens dwars tussen de kinderen door ging rennen. Dat leidde een beetje af, dus ik stopte even met vertellen over de allereerste tijgertemmer ter wereld.
Toen de juf Pietje had vastgegrepen verdwenen ze samen weer achter een kast. Daar werd Pietje op een bankje gezet en de juf kwam er weer gezellig bij. Net toen de leeuwentemmer...
Jan Paul, hoe lang mag dit stukje zijn?
Niet te lang?
Hell.
Goed, net toen de leeuwentemmer voor het eerst de kooi in wilde stappen, een nogal spannend moment in het waargebeurde verhaal, hoorden we weer gesnurk vanachter de kast vandaan komen.
'Pietje leeft in zijn eigen wereld,' wist de klas me te vertellen. De juf ging weer achter Pietje aan die er inmiddels met een paar stripboeken vandoor was gegaan in de richting van de uitgang. Nu wilden een paar andere jongens, en een meisje dat ik ook voor een jongen aan zag, aandacht. Ze gingen vragen of ze ook tikkertje mochten doen. En twee gingen elkaar slaan. De mevrouw van de bieb en de lees-moeder zaten verlamd aan de zijkant te kijken.
Na drie kwartier kwam Pietje er weer bij zitten. De juf stond achter hem en hield hem aan zijn schouders vast. Hij stelde opeens een vraag: 'Ben jij rijk?' Maar voor ik het antwoord kon geven vloog hij weer door de bieb.
Nu wilden alle andere kinderen weten of ik rijk was. Ze begonnen die vraag zelfs te scanderen omdat 'ben jij rijk' zo lekker scandeert.
Kijk, daarom dat ik vandaag zo graag stilte wilde in die stiltecoupe. Ook niet gelukt.
Maar jan Paul is godzijdank heel stil aan het werk.

maandag, april 21, 2008

Lombroso is terug

Vroeger had je de 'wetenschapper' Cesare Lombroso. Die kon aan de inhoud van je schedel, de stand van je voorhoofd en de vorm van je wenkbrauwen zien of je een crimineel was of niet. Dat waren nog eens tijden. Maar Lombroso bleek er flink naast te zitten. Sindsdien heerste de misvatting dat iemands gezicht niets over diens uiterlijk zegt. Onzin natuurlijk. Zet maar eens een foto van een notaris naast een foto van Hanna Tokkie en vraag honderd mensen wie van de twee een studie rechten heeft afgerond.

Maar er is sinds kort weer licht aan het eind van de tunnel voor de Lombroso fans. Aan de universiteit van Durham hebben ze ontdekt dat je gezicht aantoont of je sneller geneigd bent om een seksuele relatie aan te gaan voor korte danwel lange termijn. Hieronder is het resultaat van het onderzoek: door de computer samengestelde foto's. Het ene gezicht van de dame en heer is een typisch voorbeeld van korte termijn seks, het andere wil een langdurige relatie. Ik zeg lekker niet welk gezicht waarbij hoort. Jullie mogen raden.

Ook interessant: bij Lombroso ging het om het opsporen van misdadigers. Maar wat is het nut van dit onderzoek?

zaterdag, april 19, 2008

Duffy (door Alexander)

Was Duffy een kat geweest, dan was ze een pront dametje van een kat. Een dame tot in het puntje van haar sierlijke staart. Ze heeft een witblonde vacht die glinstert als een rimpelend vennetje met de zon erop, voortdurend likt ze zich om maar steeds feller te glanzen. Als ze zich toonbaar heeft gemaakt, paradeert ze langs charmante enkels van baasjes bij wie ze om aandacht smeekt. Ze mauwt, schurkt haar kopje tegen de benen, mauwt, zo klaaglijk dat er wel een aai moet komen.

Zo zingt Duffy op haar album Rockferry, klaaglijk en hartverscheurend, ze smeert haar appelstroperige aanhankelijkheid over al haar noten heen, die ze ook nog eens rekt als een diva die een godheid aanzingt. Het melodrama slijmt van haar schaamteloos eendimensionale teksten af, zoals in het inderdaad mierzoete Syrup & Honey: ‘Don’t you be out, all night long, leavin’ me all alone, because I, I need your love…’ En dat zingt ze dan, zo goed mogelijk fonetisch weergegeven, zo: ‘Doont joe bie auuuuts, ohhll nahaiitlong, lieving mieeehiiiiieee ol uhhloohoon, biekohws Aaaaiiii, ahaaahaai nihiet jor lohhhhhhhhhvv’. Met het volume van een stofzuiger of een scheepstoeter knalt ze haar tranen uit haar kop.

Daarbij is de muziek koninklijk, met retro-instrumentenelementen die ook niet om hun grootsheid liegen. Het slotnummer Distant Dreamer is daarin een hoogtepunt. Het begint al met belletjesroffel en een stelletje zware gitaren die op galmstand zijn gezet en een dikke trom-te-dede-dom. Dan komen er strijkers, geen kinderachtige, maar lekkere contrabassen. Weet ik veel wat allemaal, het is echt veel, het is fel en heftig als een in bloedrood en geelgoud uitgevoerde barokke kerk.

Maar nu komt het: Duffy komt ermee weg. Ik vind haar geweldig. Ze is sentimenteel en melodramatisch, met haar galm en zwiepende strijkers, ze is hopeloos retro met orgeltjes die The Doors al gebruikten – in het geweldige en tijdloze nummer Mercy, zonder twijfel haar beste nummer en misschien wel een van de beste van het jaar. Ze legt ook in dat nummer haar ziel in elke noot, en haalt alle zwierende uithalen. Duffy heeft een orkaanstem die al die appelstroperigheid en grootsheid dragen kan.

De bof

Voor het eerst sinds jaren heerst in Nederland een bofepidemie. Het virus is komt voor in de 'Bible belt,' de streek tussen Zeeland en de Veluwe, waar veel orthodox-protestanten wonen die zich niet laten inenten.
Dat doet me denken aan een opmerking van Freek de Jonge in een ver verleden, toen-ie nog wél grappig was: 'En gelijk hebben ze daar op de Veluwe. Komt God met al die prachtige ziektes, en komt die nare Satan ineens weer met een vaccin.'

vrijdag, april 18, 2008

l'Histoire se répète

Vorig jaar had Britain 's got talent Paul Potts. Dit jaar hebben ze Andrew. Kweenie. Het ziet er erg geënsceneerd uit. Het lijkt ook te veel op vorig jaar. En ik denk ook dat de redactie heeft gezegd: 'Zeg maar dat je veel gepest wordt.' Nou ja. Kijk zelf maar.

donderdag, april 17, 2008

De huiskamervraag: kun je soep warm roeren?

De soep begint te borrelen, je roert even, en de soep koelt weer af. Van roeren wordt de soep dus kouder. Maar dat is eigenlijk niet logisch. Want warmte is toch beweging? En als je een koude soep maar hard genoeg in beweging brengt, dan moet de temperatuur toch stijgen? Of is dat een denkfout?

Anders gesteld: is het in theorie mogelijk om soep warm te roeren? Ja of nee?

woensdag, april 16, 2008

Nazi's?

Kijk, ik heb natuurlijk altijd gelijk. Laat dat duidelijk zijn. Maar soms heb ik nog meer gelijk dan ik zelf denk.

Zo kreeg mijn uitgeverij een brief van iemand die zich geërgerd had aan het laatste hoofdstuk van 'Kinderen van Amsterdam.' Ze schreef: 'Ik stoor me eraan dat alle Duitsers worden neergezet als ware het allemaal nazi's. Je leest dit bijvoorbeeld op pagina 165: De Duitsers hebben ook veel niet-Joodse mannen opgepakt. Iedereen weet nu hoe wreed de Duitsers zijn. Op pagina 166: Telkens als er een nazi wordt vermoord, nemen de Duitsers wraak. Ik vind dat deze ongenuanceerdheid niet past in een boek en zeker niet in een boek wat voor kinderen geschreven is.'

Mijn eerste reactie was 'wat een onzin.' Het gaat immers wel degelijk om Duitsers en niet om Faro-eilanders. Mijn tweede reactie was 'toch zit er wel wat in.' Niet alle Duitsers waren fout in de oorlog. En niet alle Duitsers waren nazi. En het laatste wat ik wil is opnieuw een hekel aan Duitsers opwekken. Maar toch stond het er goed, vond ik.

Maar ik hoefde er niet lang over na te denken, want ik kreeg hulp van mijn uitgeverij. Die legde helder uit waar de denkfout lag. Niet alle wreedheden werden door nazi's uitgevoerd. Er waren ook Duitsers die geen nationaal-socialist waren die even hard meededen aan de razzia's en deportaties. Wat er in het boek stond klopte dus wel degelijk.

dinsdag, april 15, 2008

Waarom mannen niet kunnen beleggen (door Miebeth Zalfjes)

Heeft u ook een beleggingshypotheek? Dan is het te hopen dat uw geld belegd wordt door vrouwen. De wat primitievere helft van de samenleving - de mannen dus - beleggen namelijk slechter vanwege hun testosteronspiegel. Dit hebben mijn collega’s van de universiteit van Cambridge ontdekt.

Al eerder had men ontdekt dat mannen grotere risico’s nemen wanneer ze kort daarvoor geconfronteerd werden met erotische foto’s. Nu is ook bekend dat hun testosteronspiegel funest is voor werk op de aandelenmarkt. Dat zit zo.

Mannelijk gedrag wordt voor een groot deel veroorzaakt door testosteron en cortisol. Testosteron zorgt voor zelfvertrouwen, agressie en risicogedrag. Cortisol leidt weer tot onzekerheid en onvoorspelbaarheid.

Uit onderzoek bij beurshandelaren bleek dat het testosterongehalte bij mannen toeneemt na succes op de beurs. Hierdoor gaan mannen meer risico nemen. Leidt dit nieuwe risicogedrag tot nog meer winst, dan stijgt de testosteronspiegel opnieuw. Net zo lang tot er onaanvaardbare risico’s worden genomen.

Gaat het mis, dan daalt de hoeveelheid testosteron en stijgt het cortisolniveau. Dit leidt tot extreem risicomijdend en passief gedrag. Bij mannen uiteraard. Wij vrouwen hebben hier geen last van.

maandag, april 14, 2008

Honderdduizend!

Jawel, gisteren om 22:17:24 is de officiële 100.000e bezoeker geregistreerd. Het betrof iemand die googelde op een plaatje van Linda de Mol via een provider uit Stein met ip-adres 84.28.167.46. Van harte gefeliciteerd! Wilt u zo vriendelijk zijn om de dwangsom van 20.000 euro deze week nog over te maken? Bij voorbaat dank!

zondag, april 13, 2008

Eindelijk (in opdracht van Bibi)


In Moskou is deze week een officieel Laika-monument onthuld, ter ere van Laika. Het monument staat bij het onderzoekscentrum waar de reis van Laika werd voorbereid.

zaterdag, april 12, 2008

Dig!!! Lazarus, Dig!!! (door Alexander)


Mensen, ja, ik sta hier, ja hier! Luister, laat mij niet onopgemerkt blijven! Hoor die muziek! Ja, zet het maar vast aan, dat filmpje hieronder. Luister maar. U hoort orgeltjes knetteren, gitaren knerpen en ronken en bibberen. U hoort, ja wát eigenlijk? U hoort Nick Cave.

Héhé, neenee! Blijf hier! Schenk mij toch uw kostbare momentje, het wordt een moment van zinnige bezinning om de zinnen te verzetten, mij mijn verzonnen zinnen te horen zingen! Laat het u maar duizendmaal duizelen. Ik heb hier een album – ja, een cd is het, maar poëzie, ook dat is het, och jaaa, het is wat, maar wát is het, wat is dit!

Nou goed, vertél mij dan, hoor ik u zeggen, vertel mij van de man die – Nick Cave heet de man – die met zeven reuzen van muzikanten, samen Nick Cave & The Bad Seeds, de cd Dig, Lazarus, Dig!!! maakte. Welnu. Op de foto: een grimmige, venijnige man is ie, smal wit hoofd waar pikzwart strooien haar omheen hangt, pikzwarte bakkebaarden en een pikzwarte snor-met-een-knik-erin, met een elektrische gitaar die hij vasthoudt als een stierenvechter zijn rode lap. En zo bespeelt hij hem ook. Maar hij is vooral de voorman en de zanger, Nick Cave. Zingt hij mooi, vraagt u? Zo zou ik het niet noemen – het is spreken, preken, toespreken en toefluisteren, wat hij doet. Hij vertelt verhalen, hij schmiert en gluipt en dondert als een duivelse dominee.

Met een grimlachje. Jahahaaa, die grimas die je op zijn gezicht hoort, die stáát er ook, en die staat erin gebéiteld, zeg ik u! Of baarde zijn moeder hem al met een toegeknepen knipoog? En waar hééft hij het over? Hij zegt het, hè, in het nummer We Call Upon The Author To Explain: ‘Wie is dit grootse slavenarbeid afdwingende hond-iets dat mijn gedachten stuk voor stuk vermiddelmatigt?’ U weet het niet! Ik weet het niet! Maar fascinerend is het. Jaja, dat zegt hij inderdaad ook in datzelfde nummer: ‘Maar wat een enorme en encyclopedische hersens!’ De halve Bijbel, half Homerus, en bedoelt hij het nou serieus of niet serieus, dat is de vraag.

De vraag? Waarom vragen? Nick Cave heeft er plezier in en zijn muzikanten maken muziek die zo knerst en rammelt als de verroeste scharnieren van een complete spookstad samen. Dat hoort u. Luister!

vrijdag, april 11, 2008

Nieuw hoogtepunt!



Dit blog maakt zich op voor een nieuw hoogtepunt. Het 100.000e bezoek komt eraan. Dat is bijna evenveel als Den Bosch inwoners heeft. Nog 700 bezoeken en we zijn er. Dat betekent dat het hoogstwaarschijnlijk zondag zal gebeuren.

Wat gaan we doen? Taart voor de 100.000e bezoeker? Een bos bloemen? Een oorkonde? Neen. Veel leuker. De 100.000e bezoeker krijgt een dwangsom van 20.000 euro aan zijn broek wegens het zijn van de 100.000e bezoeker. Als dat niet feestelijk is...

donderdag, april 10, 2008

Jacobus Kervel over moleculair koken

Tja, probeer maar eens te koken zónder moleculen! De term moleculaire gastronomie slaat dan ook nergens op. Maar interessant is het wel. De term slaat op het structurele gebruik van scheikundige wetten tijdens het koken. De bekendste exponent van deze vorm van koken is de Spaanse chef Ferran Adrià, van het restaurant elBulli. Zijn gerechten zijn zo sensationeel dat liefhebbers van over de hele wereld klauwen met geld betalen om een keer in zijn restaurant te eten. Een van de hoogtepunten is bijvoorbeeld een vaste soep die pas in de mond weer vloeibaar wordt. Geïnteresseerd? Reserveren voor 2008 is onmogelijk. Op de wachtlijst staan voor 2009 kan nog wel, maar de kans is groot dat het in 2010 nóg niet lukt. Zoveel wachtenden zijn er voor u.

Het simpelste voorbeeld van moleculair koken is het maken van mayonaise. Olie en citroensap binden niet. Daarom heb je een emulgator nodig - eigeel - om er een saus van te maken. Enfin, dat weten we inmiddels.

Leuker is het om de techniek te gebruiken om bijvoorbeeld zelf ricotta te maken. De zachte frisse Italiaanse kaas die overal te gebruiken is. Deze kaas ontstaat door de volle melk te laten schiften door er een zuur aan toe te voegen en het te verwarmen en vervolgens weer af te laten koelen, zodat er vloeibare en vaste bestanddelen ontstaan. Het werkt als volgt.

Breng twee liter volle melk aan de kook. Voeg zodra de melk omhoog komt twee eetlepels citroensap en twee eetlepels wijnazijn toe. Roer dit goed door en voeg er vervolgens een kwart liter ijswater aan toe. De melk gaat nu schiften. Laat dit twintig minuten staan. Schenk het mengsel nu door een natte doek en laat het dertig minuten uitlekken. Sluit het doek om de bol en draai het gedeelte van het doek met de bol erin een paar keer, zodat er door de druk nog meer vocht uit stroomt. Plaats het doek met de bol nu op een bord en leg daar De Dikke van Dam, Made in Italy van Locatelli en The Silver Spoon op. Een ander gewicht mag ook. Minstens een dag laten staan en klaar.

woensdag, april 09, 2008

Weer een slang

Ricky Gervais over de schepping. Sorry Thea, ook hier komt een slang in voor. In de laatste drie minuten, maar die zijn dan wel meteen het grappigst.

dinsdag, april 08, 2008

Echt of onecht?

Ik hou helemaal niet van natuurfilms waarin roofdieren een prooi doden, maar dit vind ik zo bijzonder dat ik het toch plaats. Een slang die een... (tja, wat is het eigenlijk?) uit het water vist en omhoog trekt. En nu de huiskamervraag. Is deze foto echt of onecht?

maandag, april 07, 2008

L. Ron Hubbard

Buitengewoon eng op de beurs in Bologna was een stand van scientology. Eng omdat de boeken er ontzettend gelikt uitzagen. De hoofdpersoon was telkens L. Ron Hubbard, de bedenker van de sekte. De ene keer was hij een cowboy, dan weer een ridder, dan weer een astronaut, maar altijd de grote held. Om eerlijk te zijn vond ik dat deze boeken steengoede covers hadden. Als ik als tienjarig jongetje op de beurs zou lopen, zou ik deze boeken gekozen hebben uit die tienduizenden andere. Een listige manier om kinderen dus in dat nare gedoe te storten.

Gek genoeg zijn er op internet geen plaatjes te vinden van deze covers. Ik heb heel lang gezocht, maar ze zijn er niet. Het - slechte - plaatje hierboven is uit een science fictionboek voor volwassenen. Uiteraard ook van Hubbard, die dit soort boeken schreef voordat hij de sekte begon. Maar waarom er geen enkele cover van deze boeken te vinden is (en wel die van vele andere boeken van hem) begrijp ik niet.

zondag, april 06, 2008

Bologna (2)

Bologna is het jaarlijkse feestje voor uitgevers van kinderboeken. Er zijn meer beurzen, zoals Frankfurt. Maar Frankfurt is geen Bologna. Bologna heeft een prachtig centrum met arcades (die zorgden ervoor dat de kostbare boeken in de universiteitsstad niet nat werden) en natuurlijk de beste restaurants. Voor de Nederlandse uitgevers zijn er nog twee instituten: het jaarlijkse GAU-feest in een prachtig palazzo en De IJssalon. De IJssalon is de hangplek voor iedereen die net gedineerd heeft en nog niet naar huis wil. Het is er alleen druk als de kinderboekenbeurs er is. De rest van het jaar kun je er een kanon afschieten zonder iemand te raken.

Naast uitgevers zijn er soms ook auteurs en vooral illustratoren. Vooral jonge illustratoren lopen hoopvol met een map van stand naar stand om hun werk aan zoveel mogelijk uitgevers te laten zien. Meestal zonder resultaat. Voor auteurs is dat natuurlijk nog lastiger, die doen dat dan ook niet. Maar Rindert Kromhout zat bijvoorbeeld regelmatig naast zijn uitgeefster om te helpen om zijn boeken in andere landen uitgegeven te krijgen. Deze keer heb ik hem trouwens niet gezien.

Ikzelf heb in Bologna bijna niets te zoeken. Mijn boeken maken geen schijn van kans om vertaald te worden (al is er nog steeds belangstelling uit China voor 'Ruik eens wat ik zeg.' Het Productiefonds heeft ook een vertaling laten maken). Dus als ik iedereen op de beurs heb gezien en gesproken kan ik lekker op een terrasje zitten in de zon. Inmiddels is het een traditie geworden om ook een dagje naar Venetië te gaan. Twee uur heen en twee uur terug. En dan vaar je ineens in een Riva op het Canale Grande. Met aangenaam gezelschap.

Dit jaar waren er weinig Nederlandse auteurs en illustratoren, vond ik. Sanne te Loo was er wel. Zij kwam ooit met een map met illustraties naar het bedrijf in Leiden waar ik werkte. Tussen die illustraties zat zo'n prachtige vos, dat ik daar meteen een verhaal over wilde maken. Dat verhaal is al een tijdje af, maar te lang voor een prentenboek en te kort voor een gewoon boek. In december verschijnt er een boek van Paul Biegel met Sannes illustraties. Het gaat over Sinterklaas en tegen die tijd zal ik daar nog een stukje over schrijven. Over de neus van Sinterklaas om precies te zijn.

Ooit dineerde ik in restaurant Donatello met Max Velthuijs. Hij vertelde dat hij er toen voor de 47e keer was (zoiets was het, ik weet niet meer precies hoe vaak). Dat wil ik later ook kunnen zeggen als ik zo oud ben.

zaterdag, april 05, 2008

Kate Nash (door Alexander)


WOENSDAG 2 april - En toen greep Kate Nash mijn arm en ging aan me hangen en troonde me mee naar de overkant van de straat, voor de deur van Paradiso. Ze was bijna een kop kleiner. Ze krabbelde haar handtekening op mijn toegangskaartje. De eind-h maakt een zwiepbuiging, zó dat het net een hartje is. En ik kreeg haar blikje bier.

Wacht. Kate Nash dus – ik moet even terug. Naar november, toen ik haar voor het eerst zag optreden in de Melkweg. Ze was verlegen, verschool zich achter haar piano. Maar in het laatste toegiftnummer (Pumpkin Soup) steeg ze op en roetsjte ze over haar pianotoetsen. Met die plotse schaamteloosheidsuitbarsting verbaasde ze iedereen, inclusief zichzelf, maar het was duidelijk: de podiumtijger binnenin haar rammelde aan de tralies van zijn kooi.

En nu, vier maanden later, begón haar concert nota bene met Pumpkin Soup. Geen meisjesachtige bloemenvazen en dieren meer op het podium, maar felle lichten die je ogen dichtknipperden. Vanaf het eerste nummer roetsjte ze. Muzikaal gezien was dat niet altijd ideaal: soms raffelde ze het een beetje af, ongeduldig naar de ontsporende roetsj aan het einde van een nummer.

Maar veel was ook heel goed. Kate speelde behalve nummers van haar album – met als hoogtepunt een kippenveluitvoering van Nicest Thing – een behoorlijke reeks nieuwe nummers, waarin ze, ja, ook flink gegroeid leek. Geen juffertje meer dat het oneerlijk vindt dat de jongen die zij leuk vindt haar niet leuk vindt, maar een grijnzende afterpuber die in het nummer I Hate Seagulls even mooi zelfverzekerd afbakent wat ze stom vindt en wat leuk (een jongen). En die bijna ontploft van het springen en uit-haar-dak-gaan in het nummer Model Behaviour.

En een uur na afloop stond ze buiten op de Paradiso-stoep en ik zag haar. Ze ging in het haakje van mijn arm hangen. Troonde me mee. Nam tijd voor een gesprekje. Greep mijn arm nog even en zei: ‘Wait! Why don’t you have this?’ Haalde uit haar roze jas een groen bierblikje tevoorschijn. Lodderige ogen, hankelijk, wankelijk – Kate Nash was een gewoon Brits ding dat het oerwoudige toeristen-Amsterdam in ging. Twintig en lol.

Bologna

Het aanbod van boeken in Bologna is zo overweldigend dat je je moet beperken in wat je er gaat bekijken. Ik kijk daarom alleen maar naar non-fictieboeken. Dat is heel overzichtelijk. De Aziatische en oost- en zuid- Europese kun je overslaan. Die bestaan alleen maar uit felgekleurde plaatjes en drie woorden per pagina. En meestal nog een stom charactertje dat het allemaal uitlegt in een tekstballon. Veel Amerikaanse non-fictie bestaat uit realistische tekeningen of foto's met fotobijschriften als teksten. Duitse boeken zijn het vaak nét niet. De Franse zijn het mooist vormgegeven. De Engelstalige markt is zo groot dat er dure rijk geïllustreerde uitgaven zijn over onderwerpen als 'de pijlstaartrog' of 'Siberische wolven.' Maar echt verrassend is het zelden. De Engelse uitgevers zijn vaak nog het interessantst, al viel het dit jaar erg tegen. Ik heb maar een uitgave gezien die me echt de moeite waard leek. Dat was 'Een kleine geschiedenis van bijna alles' van Bill Bryson voor kinderen. Zag er erg goed uit en wat ik las vond ik erg goed geschreven.