donderdag, november 08, 2007

Mijn eerste nacht op kamers (slot)

Voor me stonden een man en een vrouw. De man was groot en dik en droeg een aftands zwart pak met krijtstreep. De vrouw droeg een strakke felroze jurk. Haar buik, billen en boezem blubberden uit de jurk. Haar haar was getoupeerd en ze droeg veel make-up.
In gebroken Engels en met wilde gebaren vertelden zij me een verward verhaal. Verbijsterd bleef mijn vinger boven de cijfertoetsen zweven.
De dame perste zich bij mij in het hokje.‘Wait a moment’ protesteerde ik. Het had geen zin. Met mijn rug tegen de telefoon gedrukt hoorde ik het verhaal opnieuw aan. Ik ontcijferde dat ik moest meekomen. Maar dat deed ik niet. Ik begreep enkele woorden: vriend, politiebureau en bellen. Ik wurmde mezelf uit het hokje om te vertellen waar het politiebureau was. De man schudde heftig zijn hoofd en wees op mij. Hij begon zijn relaas nog een keer.

Godzijdank kwam er op dat moment een politieauto voorbij rijden. Ik sprong de weg op en hield de auto staande.
Uiteindelijk reed de politieauto met de twee weg. Vanuit de auto keken ze naar me. Ik weet niet of het een bedroefde, boze of opgeluchte blik was. Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet precíes wat zij van me wilden.

Na dit voorval ben ik zomaar een winkel ingelopen. Het bleek een matrassenspeciaalzaak. Dit was een plek waar ik regelmatig zou terugkomen. Het was een vreemde plaats. Matrassen lagen als flats opgestapeld. Een doolhof van matrassen. Ik ging zitten. Uitblazen van het rare voorval en mezelf voorbereiden op de nacht die onvermijdelijk komen zou…

Later op die avond bleek dat ik beter in de matrassenwinkel had kunnen overnachten.
Toen ik een voet in mijn bed stak wist ik het al. Troubles! Die dag had het geregend en het dak, waaronder mijn bed lag, had gelekt.
Ik vloekte en in mijn nachtjaponnetje ging ik op zoek naar een oplossing. Op de vloer slapen leek me niks. Het enige wat ik kon verzinnen was: vuilniszakken. Dus pakte ik mijn matras daar zo goed en kwaad als dat kon mee in. Met daar overheen weer een handdoek. Daarna sloeg ik een jas om me heen en stapte ik onder het klamme donsdek. Het leek alsof ik in een lege chipszak stapte. Uiteraard blijft een handdoek op zo’n gladde ondergrond niet recht liggen het werd één grote worstelpartij met donsdekken, vuilniszakken, jassen, handdoeken en een stomme natte matras.

Ieder uur hoorde ik de trein langs razen. Eén uur, twee uur, drie uur…
Tjonge, wat was ik verfrommeld de volgende dag.

Dagen later klopte een Franse havenarbeider op mijn zolderkamerdeur. Hij leek veel kleiner in zijn eentje. Hij heeft toen een cd geleend. Vanaf dat moment verbleef ik wat rustiger in mijn zolderkamer.

7 opmerkingen:

Jan Paul zei

Met Manneken Pis. Wat op zich wel weer raar is, want die woont zelf in Brussel.

Mooi verhaal Jeska!

ted zei

Ik dacht dat het verhaal over plassen/de wc zou gaan, vandaar de suggestie van Mannetje Pis, maar nu blijkt het verhaal toch anders, al gaat het wel over een waterend dak en een zeiknat bed!

Ingrid zei

Wat een spannend verhaal, Jeska!

Jeska zei

Dank je wel, Ingrid!
Herinner jij nog je eerste nacht op kamers?

Ingrid zei

Als eerstejaars theaterwetenschap was ik een van de enorme bofkonten met meteen een eigen kamer, gescoord op mijn eindexamenfeest. Twee ouderejaars studenten in Utrecht, die ik nog kende van schooltoneel, hadden een kamer over.

Mijn eerste nacht daar was onwennig slapen op een IKEA slaapbank (lekker breed, maar met een net iets te stevige balk in mijn zij), wakker schrikken van vreemde geluiden en steken in mijn verstuikte enkel (te hard de trap afgerend om de IKEA open te doen). Vol plannen om de kamer een echt thuis te maken, ondanks kierende ramen en uitwaaiende kachel.

De echte spanning kwam pas later, met een rinkelende telefoon midden in de nacht (een vriend van een huisgenoot die de naam van de acteur uit die ene film kwijt was en mij om raad vroeg) en een inbraak overdag (waarbij de huisgenoot zich ontpopte tot onverwachte held toen hij de amateur-inbreker betrapte bij het loshalen van de bedrading van zijn stereoset en hem dapper verzocht weg te gaan, waaraan gevolg werd gegeven, waarna huisgenoot bij mij kwam uithuilen).

En dan heb ik het nog niet over de nazomerzon op mijn dakterras (wel even uit het raam klimmen), de Arabische muziek van de achterburen, de langsrijdende vrachtwagens die je bed deden trillen alsof je verging in een aardbeving, en de zware januaristorm waarbij ik de handvatten van mijn ramen bijeen moest binden met pantykousen omdat ze anders uit hun half verrotte sponningen dreigden te waaien.

En die ene koude keer in februari toen ik met hulp van het ene elektrische kacheltje en witte wijn (die was toch al koel) mijn lief veroverde.

Jan Paul zei

Die storm heb ik ook in Utrecht meegemaakt. Ik herinner me nog de dakpannen die niet al te ver van mij vandaan van het dak waaiden.

En ook nog een pak sneeuw dat ´s middags begon en tot diep in de nacht doorging met vallen. Wij zijn toen tot zeven uur ´s ochtends opgebleven.

Met dank aan café De Kneus en de shoarmatent aan de overkant daarvan.

Jeska zei

Prachtig! Mooie verhalen!