vrijdag, november 30, 2007

Bloemen

En deze kreeg ik van Ted voor m´n verjaardag. Dank je!

Jacobus Kervel over Champagne

´Champagne is de enige drank ter wereld die je op elk uur van de dag en bij elk gerecht kunt drinken. Vlees, vis, wild, desserts, lunches en zelfs ontbijt.´ Dat zegt Paul Bocuse over Champagne. En hij heeft gelijk. Al geldt het overigens net zo goed voor een uitstekende Spaanse cava of een heerlijke Italiaanse prosecco.

Toch heeft een goede champagne nét iets meer in huis, ook al varieert de kwaliteit enorm. Dat komt door de ligging. Lekker noordelijk, zodat de druiven nooit teveel suikers produceren. En op een licht ziltige kalksteengrond. Die bodem geeft de drank zijn kruidig droge karakter. Het champagnegebied is bijzonder. Zo is het de enige streek op aarde waar je rosé mag maken door rode wijn met witte te mengen.

Volgens het verhaal is de champagne in de 18e eeuw uitgevonden door de monnik Dom Pierre Pérignon. Hij stond bekend als maker van kwaliteitswijn, maar hij baalde er telkens van dat er altijd maar koolzuur in ontstond. Daarom probeerde hij van alles om het er maar uit te krijgen. Een van die methoden was een tweede gisting in het bereidingsproces. Het had precies het tegenovergestelde effect: alleen maar meer bubbels. Maar het was wél lekker. Erg lekker. Dus dacht Dom Pierre: als het niet gaat zoals het moet, dan moët het maar zoals het gaat. En zo ontwikkelde hij de drank tot, nou ja, dichtbij perfectie.

Dit verhaal wordt met veel zorg in stand gehouden door de pr-afdelingen van bedrijven als Moët & Chandon en natuurlijk Dom Pérignon zelf. In werkelijkheid is champagne een... Britse uitvinding. De Engelsen (die overigens over exact dezelfde bodem beschikken) gebruikten de techniek van de tweede gisting al veel eerder. Maar lang niet zo superieur natuurlijk. En Dom Pérignon verdient nog steeds alle credits, eh égards.

Goeie champagne herken je aan een stevige stroom van mooie belletjes die constant en gelijkmatig van onderin het glas naar boven borrelen. Schenk het daarom altijd in een flûte en nooit in zo´n kelk waarin de belletjes meteen verdwijnen.

Wij drinken vandaag een lekkere prestige cuvée op Jan Paul zijn 37e verjaardag.

donderdag, november 29, 2007

De lijkwade van Turijn

De lijkwade van Turijn is een linnen kleed met daarop de afbeelding van een man. Al sinds oudsher beweren mensen dat die afbeelding van Jezus komt. De man op het kleed bevat namelijk dezelfde stigmata als Jezus. Het doek is in handen van de katholieke kerk. Maar het officiële standpunt van deze kerk is dat het een vervalsing is.

Als het géén vervalsing is, dan was Jezus een gespierde man met een snor, een baard en lang haar. Die baard was trouwens wit. De afbeelding op de lijkwade is namelijk een negatief. Als je daar een positief beeld van maakt, dan zijn de baard en de snor wit. Verder was hij met een lengte van 1.75 meter behoorlijk lang voor zijn tijd (een reus bijna). Hij had bovendien een lichaam dat niet helemaal in normale proporties was. En gezien het bloed rond de stigmata had Jezus bloedgroep AB.

De gaten in het kleed zijn ontstaan bij een brand. Het doek was gelukkig opgevouwen, zodat de schade beperkt bleef. Het zorgde er ook meteen voor dat die gaten met elkaar zo´n leuk motiefje vormen, zoals wij als kind ook altijd van opgevouwen papier maakten.

Er zitten dus bloedvlekken op het kleed. Maar van welk materiaal is de verkleuring die voor de afbeelding zorgt? Tja, dat weten we niet. Het is in elk geval geen verf. Wetenschappers opperen in dit geval van alles. Het zou uit het lichaam afkomstig melkzuur kunnen zijn, maar ook gelatine met daarin wat roest. Volgens Miebeth is dit chemisch eenvoudig te controleren. Maar om de één of andere reden is dat nooit gebeurd.

De wetenschap buigt zich al eeuwen over de authenticiteit van het doek. En de meningen zijn zeer verdeeld. Sommige serieuze wetenschappers beweren dat het hoogstwaarschijnlijk een lijkwade is geweest van een man die in de eerste eeuw van onze jaartelling gekruisigd is. Anderen zeggen dat het een vervalsing uit de Middeleeuwen is. Daarover in een volgend stukje meer.

woensdag, november 28, 2007

Zo kun je het ook zien...

Dit is een advertentie voor New Mexico. Het maakt deel uit van een campagne waarin ruimtemannetjes de staat kiezen als de mooiste plek ter wereld. Ze hebben het hele universum al verkend en vonden dit de beste plek om naartoe op vakantie te gaan. Er zijn ook allemaal grappige filmpjes van gemaakt en in totaal kost de campagne een paar miljoen dollar. Prima. Leuk. Niets aan de hand. Heel normaal. Het is dan ook een schitterende staat, met prachtige natuur.

Maar toch worden de spotjes en advertenties gestopt. Waarom? Omdat de Amerikanen door de campagne denken dat New Mexico de ideale plek is voor reptielachtige wezens van een verre onherbergzame planeet. Dus niet voor mensen. En zeker niet voor Amerikanen. Het werkt er dus als anti-reclame. Miljoenen weg. Alles voor niets.

dinsdag, november 27, 2007

Kopregelverzinwedstrijd!



The truth is funnier than fiction. Dit is namelijk een serieus mode-ontwerp. Van Dmitry Prigozhaev uit Wit-Rusland om precies te zijn. Jahaa.

Aan ons de taak om de fiction nóg funnier te maken dan de truth.

maandag, november 26, 2007

Dominos D-Dias



Tja. Wat tientallen mussenmeppers in Nederland niet kunnen, kunnen de mensen in dit kleine dorpje wel.

Het is reclame voor voor Guiness. Het verband tussen bier en dominosteentjes in een Zuid-Amerikaans dorpje is mij nog niet helemaal duidelijk. Maar dat geeft niet.

zondag, november 25, 2007

Weekendcolumn: de ultieme kater

Er is een aflevering van Cheers waarin Cliff voor het eerst (en voor het laatst) een beeldschone vrouw versiert. ´I´ve got myself a fox!´ roept hij verbijsterd. Zo voelde ik mij aan het begin van mijn studententijd, toen een erg mooie medestudente duidelijk liet merken dat ze van mij gecharmeerd was. Ik voelde mij in die tijd een soort Cliff, dus dat zinnetje spookte voortdurend door mijn hoofd.

Zij zou die vrijdag bij mij komen eten. De donderdag ervoor was ik redelijk uitzinnig van vreugde. Iets te uitzinnig, vrees ik. We hadden een feest in het K-sjot, een Utrechtse werfkelder aan de Oudegracht. En ik denk dat het een combinatie van de hoeveelheid bier was die ik daar dronk en het feit dat niemand daar de tapleidingen ooit schoonmaakte. Maar de volgende dag had ik de Moeder Aller Katers. Zo´n kater waarbij je te moe bent om te slapen en te rusteloos om langer dan vijf seconden in dezelfde houding te liggen. Ik voelde me als een junk met afkickverschijnselen en een rostblok in zijn hoofd. Het enige wat ik die dag nog kon doen was op de bank liggen. Zo nu en dan stond ik op om het cassettebandje met Motownmuziek om te draaien en te spelen. Nog steeds als ik The Supremes, Smokey Robinson of Marvin Gaye hoor, dan denk ik aan die dag.

Natuurlijk had ik moeten afbellen. Maar ik deed het helaas niet. Ik kon die avond geen zinnig woord uitbrengen. Ik kon geen hap door mijn keel krijgen - dat werd daarna een akelige traditie, die inmiddels godzijdank over is. En ik dácht dat ik alles verpest had.

En omdat ik dácht dat ik alles verpest had durfde ik haar de maandag daarna nauwelijks meer onder ogen te komen. In werkelijkheid had ik nog niets verpest, maar het werd zo een self fulfilling prophecy. Het is daarna nooit meer goed gekomen.

Nou ja. Met mij wel, zoals jullie begrijpen. En met haar ook, neem ik aan. Maar met óns niet.

Volgende week: waar komt het QWERTY toetsenbord vandaan?

zaterdag, november 24, 2007

Thomas de Veen over Rufus Wainwright

Afgelopen dinsdag zag ik een van de beste concerten ooit. Rufus Wainwright in de Heineken Music Hall. Eén groot feest. Nou zou ik daar natuurlijk zelf een verslag van hebben kunnen schrijven. Maar wat nou als toevallig ook Thomas de Veen in ons gezelschap was. Thomas de Veen, die steengoede boekrecensies en interviews schrijft. Onder andere voor de Lemniscaatkrant, Kidsweek, Lezen en nog veel meer. En als je boeken kunt recenseren, dan kun je ook concerten recenseren lijkt me. Daarom heb ik hem gevraagd om als gastblogger dit concert te bespreken. Ik ben blij met met mijn keus.

Rufus

Alles aan Rufus Wainwright is mooi. Zijn haren, allemaal, zijn zachte gezicht, zijn slanke armpjes, zijn mond, met zijn schalkse meisjeslach, zijn droevige ogen, zijn gladde benen, zijn sierlijke schrijden, zijn romige stem – vooral zijn stem. Die stem liet hij dinsdag door de grote Heineken Music Hall stromen, hij bedwelmde het publiek met zijn liedjes, die warm en vol aanvoelden, warm en vol als kersensaus over ambachtelijk roomijs. Mooi was de muziek, groots en bombastisch en toch ook kraakhelder, met gezwollen trompetuithalen, met een gitaar die klanken voortbracht die ik nooit eerder hoorde, met klingetinkeltjes, van virtuoze orkestleden in kostuums die volgehangen waren met glimmende broches. Zijn decor, ook dat was mooi, het was groots, het was New York – er hing een discobal die lichtsterren door de gigantische zaal schoot, bij het nummer ‘Release the Stars’…

Oké, tot zover de beschrijving van Rufus’ concert als een soort nichterige kitschshow, tot zover mijn beschrijving van Rufus alsof ik verliefd op hem ben. Maar het is moeilijk om het concert van Rufus Wainwright niet te beschrijven als een bombastisch Broadwayspektakel, met een ster die zich als een diva in de schijnwerpers stelde – zo’n concert was het namelijk wel.

Normaal gesproken kan ik daar niet zo goed tegen, onder meer omdat ik meer voor mooie vrouwen voel dan voor mooie mannen. Normaal gesproken moet ik niet zo veel hebben van mannen die zich als een diva gedragen, laat staan mannen die zich als een diva verkleden. Maar nu was dat overdadig vertoon niet overdadig, het was gepast en geweldig, want het was niet aanstellerig, niet nichterig, het was oprecht, het was Rufus.

Rufus Wainwright is bombast en daar iets niets gemaakts aan. Met zijn stem en persoonlijkheid kan hij niet anders dan de muziek maken die hij maakt, kan hij niet anders dan een divashow neerzetten, omdat hij een diva is die in een show leeft. Dus het klopte dinsdag, de muziek met de stem met de discobal met de nichterige grapjes (over het Frans: hij haalde mannelijk en vrouwelijk steeds door elkaar, van geslachtsverwarring had hij wel vaker last). Het was weldadig, het was een concert waarna je moest uitademen en achteroverleunen, omdat je net urenlang – het duurde heel erg lang, gelukkig – roomijs met kersensaus had zitten beluisteren. Het was heerlijk.

En dat Rufus een erg knappe man is, zie ik ook wel.

Dit is ´m dan!

Showmodel Boretti (zespits) toont hier de Kinderboekwinkelprijs. Geheel in de stijl van Gilgamesj van klei en in spijkerschrift.

Dit is ´m dan!


Showmodel Sien toont hier het allereerste exemplaar van ´Kinderen van Amsterdam´.

vrijdag, november 23, 2007

Jacobus Kervel over pompoenen


Het kan raar lopen. Vroeger lengden de armsten van de armsten hun meel aan met pompoenpitten en –meel om meer brood te kunnen bakken. Tegenwoordig is nou juist dat brood een dure delicatesse. Niet omdat de pompoen zo duur is geworden, maar gewoon omdat het zo lekker smaakt.

De grote Alan Davidson noemt de pompoen de meest onderschatte vrucht van heel Groot Brittannië. Ze groeien overal in de tuinen en ze hangen sierlijk over balustrades, maar geen kip die ze daar eet. Aan de andere kant van de oceaan worden ze vooral als Halloweenversiering gebruikt. En heel soms gaat het vruchtvlees in een pumpkin pie op Thanksgiving Day. Zelfs in Frankrijk worden ze hoofdzakelijk voor soep gebruikt. Alleen de sterrenkoks maken er iets bijzonders van.

Toch hoeft het niet zo bijzonder om lekker te zijn. Blancheer een paar grote stukken pompoen vier minuten in nét niet kokend water. Dep ze en leg ze in een ovenschaal. Bestrooi ze met geraspte kaas. Doe daar wat in boter gefruite uien over. Wat peper en zout. En gratineer het in de oven, zodat de kaas mooi smelt en kleurt. Bon appetit!

donderdag, november 22, 2007

BREAKING NEWS

KINDEREN VAN AMSTERDAM IS AANGEKOMEN BIJ DE UITGEVER - STOP - MORGEN KRIJG IK HET EERSTE EXEMPLAAR IN HANDEN - STOP - VANAF VOLGENDE WEEK IN DE WINKEL VERKRIJGBAAR - STOP - EINDE BERICHT

Opsiphanes Blythekitzmillerae



Het lijken net staande dametjes in wijde rokken die om een rol perkament vechten.
In werkelijkheid hangen de twee vlinders aan een stuk berkenschors.

De vlinders hebben de onuitsprekelijke naam Opsiphanes Blythekitzmillerae omdat iemand 41.000 dollar betaalde om de vlinders naar zijn oma, Margary Blythe Kitzmiller, te laten vernoemen. Nou ja, een schijntje. Gezien de huidige stand van de dollar.

Jezus

Voordat Miebeth en ik losbarsten over het mysterie van de lijkwade van Turijn nog eerst iets over Jezus zelf. In tegenstelling tot wat veel mensen denken gaat de wetenschap er wel degelijk van uit dat Jezus echt heeft bestaan. Er zijn naast bijvoorbeeld de evangeliën en de brieven van Paulus nog diverse historische bronnen die naar hem verwijzen.

De Romeins-Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (foto) is daarvan de belangrijkste bron. Maar ook Tacitus, Suetonius en Plinius stippelen hem even aan in hun historische geschriften. En zo zijn er nog meer.

Hoewel geen enkele van die bronnen met een definitief bewijs komt, maken ze het zeer aannemelijk dat hij daadwerkelijk heeft geleefd. Ook kunnen we er van uit gaan dat veel verhalen uit de Bijbel op historische feiten gebaseerd zijn.

In die tijd miegelt het overigens van ‘zonen van God’ die na drie dagen zijn opgestaan uit de dood. Alleen hebben ze telkens andere namen. Er zijn in Israël nog steeds vele sektes die helemaal naar die tijd terug te dateren zijn. Dat was kennelijk hot in die tijd.

woensdag, november 21, 2007

De lijkwade van Turijn

De lijkwade van Turijn is een van de meest fascinerende mysteries van deze tijd. Waarom? Omdat het voor de hand ligt dat het

een vervalsing is. Er is duidelijk een figuur afgebeeld die aan het middeleeuwse westerse beeld van Jezus voldoet. Rechts is een plaatje van hoe Jezus er volgens wetenschappers ongeveer moet hebben uitgezien.

Maar juist als het een vervalsing is, dan roept het meer vragen op dan als het echt zou zijn. Daarom de komende tijd een reeks met interessante informatie over de lijkwade. Met stukjes van mij en - als het ingewikkeld wordt - van Miebeth.

dinsdag, november 20, 2007

Raad het onderwerp

De komende tijd ga ik samen met Miebeth een serie stukjes schrijven over een nu nog geheim onderwerp. Jullie mogen raden wat het is. De volgende woorden komen er in voor.

Bloed
Mummie
Vitruvius
Foto
NASA
Egypte
Gelatine
C-14
Tempeliers
Leonardo da Vinci

De bedoeling is dat ik het zo moeilijk heb gemaakt, dat jullie het niet snel raden (googelen helpt niet, zoals je zult merken). In dat geval komen er telkens woorden bij.

Dus de vraag: waar gaat het eigenlijk over?

maandag, november 19, 2007

De ster uit het verleden: Michael Fishman

Wie o wie is dit? Ja, Michael Fishman. Dat staat in de kop van dit berichtje. Maar wie is dat? Waar is-ie van? De ogen zijn niet veranderd. De rest wel. Kijk eens goed. Het is... DJ, dat rare mannetje uit Roseanne.

Het was nooit de bedoeling dat Michael acteur zou worden. Zijn ouders vonden het daarentegen wel een goed idee dat hun zoon in televisiecommercials zou spelen. Maar toen diende die rol van DJ zich aan. Er waren veel meer geschikte kandidaten, maar Roseanne zelf eiste dat Michael de rol kreeg. En dat was een goede keus. Hij moest een compleet wereldvreemd ventje spelen en deed dat met verve.

De serie is al jaren geleden gestopt. Wat is Michael (die eigenlijk Quatil van achter heet) daarna gaan doen? Veel en weinig. Hij is op zijn achttiende getrouwd. Hij is daarna gaan studeren. Hij is vader van twee kinderen. En hij is nu op zijn 26e nog steeds getrouwd. Een knappe prestatie voor iemand uit Hollywood.

Van werk is daarentegen weinig terecht gekomen, op een heel klein rolletje in de film Artificial Intelligence na. Maar dat gaat als het goed is veranderen, want Michael heeft grootse plannen om terug te keren op televisie. Of dat gaat lukken? Kweenie. Ik vind niet echt dat hij veel uitstraling heeft. Maar wie weet.

zondag, november 18, 2007

Column

Hier had natuurlijk de weekendcolumn moeten staan. Maar er waren maar twee woorden opgegeven (theepot en sonic boom). Da´s nie genoeg. Nou had ik nog een oproep kunnen plaatsen voor meer woorden, maar ik vond het wel lekker rustig zo. Het is hard werken, zo´n column.

Het idee voor de interactieve column komt uit Toomler. Daar kregen Micha Wertheim en Jan Jaap van der Wal aan het begin van de avond tien woorden van het publiek, waar ze twee uur later een verschrikkelijk grappig verhaal van hadden gemaakt. Elke keer weer. Het hoogtepunt was op 29 november 2000. Toen maakte Micha Wertheim zijn column vanwege de Sinterklaastijd op rijm. Het was niet alleen hilarisch, ook metrisch en rijmtechnisch klopte het 100 procent. Hij kreeg een staande ovatie, wat ik in Toomler verder nog nooit heb gezien.

In die tijd vroeg ik zelf aan mijn vrienden of ze mij een paar random steekwoorden konden mailen. Daarmee maakte ik dan mijn eigen column. Ook grappig, en dat lukte keer op keer.

De bedoeling was dat de columns op dit blog ook weer grappig zouden worden, maar telkens werd het weer een serieus verhaal. Om de een of andere reden ben ik vergeten hoe het ook weer moet.

Van de woorden die hier opgegeven werden, zouden Van der Wal en Wertheim met het grootste gemak een grappige column maken. Mij lukt het in elk geval voorlopig even niet. Dus daarom stop ik er maar mee, want de bedoeling was dat het grappig zou worden. Als ik weer weet hoe het moet, dan begin ik er opnieuw mee.

In plaats daarvan iets nieuws. Ook interactief. Jullie mogen bepalen waar ik het komend weekend over schrijf. Ook Miebeth kan lastig gevallen worden met moeilijke vragen en Jacobus Kervel heeft beloofd culinaire vraagstukken te behandelen.

Kortom, jullie mogen kiezen. Wat wordt het onderwerp van volgende week?

vrijdag, november 16, 2007

Jacobus Kervel over der Alte Fritz


Dit is het graf van Frederik de Grote van Pruisen. Dat zou je ook gezien hebben zonder dat zijn naam er op stond. Want bewonderaars van ´Der Alte Fritz´ leggen regelmatig een aardappel op zijn graf. Dat zit zo.

De 17e en 18e eeuw waren roerige tijden, vol oorlogen in Europa. En waar oorlog is, daar is ook hongersnood. Granen waren niet te verbouwen. Oogsten mislukten en de grote leiders zochten naarstig naar een ander eetbaar gewas. De kenners wisten dat dat er zo´n gewas bestond. De aardappel. Maar onder de gewone bevolking bestond een enorme weerstand tegen de knol. Er zijn duizenden Russische boeren gestorven omdat ze weigerden aardappels te proeven. Nu sterven er overigens jaarlijks evenveel Russen door de aardappel. Of liever gezegd, door de wodka die ze er van stoken.

Zelfs in de weeshuizen deden ze heel stiekem wat stukken aardappel door de soep om hem te vullen. Niemand mocht het weten, anders zou er een enorm schandaal losbarsten.

Fritz wilde daar niets van weten. Hij gaf het bevel om enorme velden met aardappelen te verbouwen. Het Kartoffelbefehl. Maar de boeren weigerden. Het gezegde ´Was der Bauer nicht kennt, frisst er nicht´ stamt uit het Pruisen van deze tijd. Fritz stuurde soldaten naar de velden om er op toe te zien dat de boeren het bevel toch opvolgden. En zo volgde er in de zomer van 1755 een prachtige oogst van aardappelen. Maar geen hond die ze wilde eten.

Volgens het verhaal heeft Frederik toen honderden boeren en soldaten bijeengeroepen om toe te kijken hoe hij zelf een bord vol met dampende piepers verorberde. Kokhalzend en vol walging keek het publiek toe. Maar Frederik at smakelijk door. En bleef leven. Zo meldden de eerste durfals zich aan om ook een aardappel te proeven. En uiteindelijk werd Pruisen gered van de hongersnood. Het Pruisische leger sterkte aan en won veldslag op veldslag.

Later, bij zijn overwinning op Pruisen, eiste Napoleon dat ze het graf van Frederik de Grote zouden bezoeken. Napoleon knielde voor het graf en zei: ´Als hij nog geleefd had, dan hadden wij hier niet gestaan.´ En misschien dat de kleine man uit bewondering ook een aardappel op het graf van de Kartoffelkönig heeft gelegd.

Dat graf ziet er wat armetierig uit, voor zo´n grote koning. Maar dat wilde Frederik zelf. Het liefst wilde hij tussen zijn honden begraven worden. Toch kreeg hij na zijn dood een schitterend praalgraaf. Pas veel later hebben ze hem uit respect het graf gegeven dat hij wilde.

donderdag, november 15, 2007

Met Sien op straat

Gisteravond liep ik rustig met Sien op straat totdat er een boze man naar mij toe kwam.

- Meneer, ruimt u die rotzooi even op.
- Welke rotzooi?
- Die poep daar.
- Ja maar die is niet van mijn hond.
- Jawel, ik zag het gebeuren.
- Nee meneer. Het kán niet van mijn hond zijn, want ze poept niet op straat.
- Ik zag het toch!
- Dan zag u het verkeerd.

Vervolgens keek ik nog eens goed naar de poep (die van Sien herken ik uit duizenden).

- Dit ik zeker niet van mijn hond. Dat kan ik zelfs bewijzen.
- O ja? Hoe dan?
- Kijkt u eens goed. Het is geen poep. Het is een sok. Mijn hond poept geen sokken uit.

De man liep snel weg zonder iets te zeggen.

Druk

Het was een beetje druk de afgelopen dagen.

Zo heb ik maandag tot elf uur ´s avonds doorgewerkt.
Moest ik de volgende dag om zes uur op om verder te werken.
Moest ik daarna om negen uur in Rotterdam zijn om Sien weg te brengen.
Had ik om tien uur een afspraak bij de AIVD.
Moest ik om drie uur in Haarlem zijn bij een reclamebureau.
Kon ik bij terugkomst mijn presentatie voor de volgende dag voorbereiden.
En had ik daarna een etentje met een belangrijke hoge dame van het CPNB.
Om de volgende dag weer vroeg op te staan om de presentatie te repeteren en mail te beantwoorden.
Was ik van tien tot half vier dagvoorzitter op de Spionnendag van Zwijsen in Utrecht.
En weer om vijf uur in Rotterdam om Sien weer op te halen.
En kon ik om half acht eindelijk neerstorten op de bank.

Het was erg leuk allemaal. Maar ook best vermoeiend.

maandag, november 12, 2007

Kinderen van Amsterdam

Het kan niet héél lang meer duren voordat Kinderen van Amsterdam er ligt. Daarom alvast een voorproefje. Elk hoofdstuk begint met een strip die getekend is door Paul Teng. Dit is bijvoorbeeld het begin van het hoofdstuk over Reyer Dircks. Op de achtergrond zie je het oude stadhuis.

Paul is enorm zorgvuldig te werk gegaan met alle tekeningen. Hij wilde tot in de kleinste details weten hoe alles er uit zag. Het resultaat is er naar. Niet alleen zijn de tekening waanzinnig mooi, ze zijn ook nog eens historisch verantwoord.

zondag, november 11, 2007

Jagers

Ik ben met Sien in de bossen. Sien is helemaal hysterisch van geluk, maar dat wordt zo nu en dan verstoord door schoten. Jagers.

Nou hebben de jagers gelijk. Er zijn te veel zwijnen op de Veluwe. Klopt. En een goed gericht schot is humaner dan de hongerdood in de winter. Klopt ook. Maar de gretigheid van die jagers bevalt me voor geen meter. Stel, je ziet een konijn of wild zwijn. Wat is dan je eerste reactie? ´Wat een prachtig beest´ lijkt me. Of ´Aah, wat lief´. De jager denkt: ´Snel. Aanleggen.´ Pisvolk.

zaterdag, november 10, 2007

De weekendcolumn: waarom aankopen net konijnen zijn


Of: waarom iedereen Max Havelaarproducten moet kopen.

Want we gaan het vandaag hebben over economie. Google voor de grap eens ´economie´ en ´sneller dan verwacht´ (die laatste tussen aanhalingstekens, zo krijg je ze precies in die woordvolgorde). Je krijgt dan ongeveer 26.000 hits. Dat is vast meer dan je had verwacht hè? Zullen de economen zelf ook vinden. Dat komt omdat die een fout maken. En ik weet welke.

Economen slaan een ding over het hoofd: kopen doet kopen. Aankopen zijn net konijnen. Het begint met een paar en voor je het weet heb je er een heleboel. Dat zit zo.

Wie een hond koopt, koopt meer dan een viervoeter. Hij koopt ook een halsband, een lijn en een leven lang voer. Wie schaatsen koopt, koopt ook een abonnement voor een ijsbaan. Er is zo weinig natuurijs dat je wel naar een ijsbaan moet, anders heb je er niets aan. Wie een piano koopt, is jaarlijks een flink bedrag kwijt aan bladmuziek. En waarschijnlijk ook nog eens aan cd´s met pianomuziek ter inspiratie.

Het is van alle tijden. Wie een dvd-speler koopt, koopt ook dvd´s. Maar dat gold al tweehonderd jaar geleden al voor de toverlantaarn. Daar had je niets aan zonder (peperdure) dia´s. Wie een dure fauteuil kocht, kocht ook antimakassartjes om de bekleding te beschermen. Tegenwoordig bestaan die niet meer, maar dat is om een andere reden. We kopen nu gewoon een nieuwe stoel als de bekleding niet meer naar wens is.

Je moet lang nadenken om uitzonderingen op de regel te bedenken. Boeken zijn een uitzondering. Tenminste, als je collectors items overslaat. Want wie een paar delen van Biggles heeft, wil graag zijn serie aanvullen. Net zolang tot hij ze alle 95 heeft. Voor die laatste exemplaren hebben mensen zelfs kapitalen over. Kamerplanten zijn een uitzondering. Tenminste, als je de Pokon overslaat. Maar dat mag, want dat hebben de planten toch niet nodig. En als je het lommertje over slaat. Maar die zijn toch al bijna nergens meer te verkrijgen. Nog een échte uitzondering? WC-papier.

Zo zie je maar. Kopen doet kopen. En al die extra aankopen zorgen voor economische groei. Daarom groeit (en krimpt!) de economie altijd sneller dan de experts verwachten. Dat geldt voor ons, maar dat geldt ook voor ontwikkelingslanden. Fairtrade-organisaties liggen de laatste tijd onder vuur, maar dat is niet terecht. Ze doen goed werk. Het hogere loon voor de koffie-, cacao- en bananenboeren zorgt ook voor geld voor scholing en infrastructuur. De hele samenleving profiteert er van. Koop dus vooral Max-Havelaarbananen en –koffie.

vrijdag, november 09, 2007

Kinderboekwinkelprijs

Hoera! Gilgamesj van Frank Groothof heeft de Kinderboekwinkelprijs gewonnen. Dat is een prijs van de samenwerkende kinderboekwinkels. De prijs wordt elk jaar uitgereikt aan een boek dat volgens de medewerkers uit de winkels ten onrechte nergens bekroond is. De prijs bestaat al een tijdje en is al aan een imposante rij auteurs en illustratoren uitgedeeld.

Voor mij is het een beetje feest, want ik schrijf de inleidingen voor Frank Groothof. Dus ook voor Gilgamesj.

donderdag, november 08, 2007

Mijn eerste nacht op kamers (slot)

Voor me stonden een man en een vrouw. De man was groot en dik en droeg een aftands zwart pak met krijtstreep. De vrouw droeg een strakke felroze jurk. Haar buik, billen en boezem blubberden uit de jurk. Haar haar was getoupeerd en ze droeg veel make-up.
In gebroken Engels en met wilde gebaren vertelden zij me een verward verhaal. Verbijsterd bleef mijn vinger boven de cijfertoetsen zweven.
De dame perste zich bij mij in het hokje.‘Wait a moment’ protesteerde ik. Het had geen zin. Met mijn rug tegen de telefoon gedrukt hoorde ik het verhaal opnieuw aan. Ik ontcijferde dat ik moest meekomen. Maar dat deed ik niet. Ik begreep enkele woorden: vriend, politiebureau en bellen. Ik wurmde mezelf uit het hokje om te vertellen waar het politiebureau was. De man schudde heftig zijn hoofd en wees op mij. Hij begon zijn relaas nog een keer.

Godzijdank kwam er op dat moment een politieauto voorbij rijden. Ik sprong de weg op en hield de auto staande.
Uiteindelijk reed de politieauto met de twee weg. Vanuit de auto keken ze naar me. Ik weet niet of het een bedroefde, boze of opgeluchte blik was. Tot op de dag van vandaag begrijp ik niet precíes wat zij van me wilden.

Na dit voorval ben ik zomaar een winkel ingelopen. Het bleek een matrassenspeciaalzaak. Dit was een plek waar ik regelmatig zou terugkomen. Het was een vreemde plaats. Matrassen lagen als flats opgestapeld. Een doolhof van matrassen. Ik ging zitten. Uitblazen van het rare voorval en mezelf voorbereiden op de nacht die onvermijdelijk komen zou…

Later op die avond bleek dat ik beter in de matrassenwinkel had kunnen overnachten.
Toen ik een voet in mijn bed stak wist ik het al. Troubles! Die dag had het geregend en het dak, waaronder mijn bed lag, had gelekt.
Ik vloekte en in mijn nachtjaponnetje ging ik op zoek naar een oplossing. Op de vloer slapen leek me niks. Het enige wat ik kon verzinnen was: vuilniszakken. Dus pakte ik mijn matras daar zo goed en kwaad als dat kon mee in. Met daar overheen weer een handdoek. Daarna sloeg ik een jas om me heen en stapte ik onder het klamme donsdek. Het leek alsof ik in een lege chipszak stapte. Uiteraard blijft een handdoek op zo’n gladde ondergrond niet recht liggen het werd één grote worstelpartij met donsdekken, vuilniszakken, jassen, handdoeken en een stomme natte matras.

Ieder uur hoorde ik de trein langs razen. Eén uur, twee uur, drie uur…
Tjonge, wat was ik verfrommeld de volgende dag.

Dagen later klopte een Franse havenarbeider op mijn zolderkamerdeur. Hij leek veel kleiner in zijn eentje. Hij heeft toen een cd geleend. Vanaf dat moment verbleef ik wat rustiger in mijn zolderkamer.

Mijn eerste nacht op kamers (door Jeska)

Begin jaren 90 ging ik als 18 jarige wonen in Antwerpen.
Ik had een kamer gevonden in een pakhuis dat werd omgebouwd tot studentenflat. Omdat er geld moest komen om de rest van de verbouwing te bekostigen werd de zolder en de benedenverdieping al verhuurd. Ik zat op zolder en op de benedenverdieping zaten 6 Franse havenarbeiders. Het klinkt zoals het was. Ruige mannen, zwaarlijvig, tatoeages en veel bier. Met z’n allen op elkaar gepakt in stapelbedjes.
Ik voelde me echt niet op mijn gemak met deze ruige kerels in één huis. Voor de mensen die mij niet kennen: ik ben vrij klein en enigszins tenger. In die tijd helemaal want ik leefde op 1 gehaktbal en een blaadje sla. Koken is immers gedoe als je student bent.

De huisbaas kwam op me af. Hij keek me ernstig aan en zei met een Vlaams accent, ’s avonds mag je niet alleen naar buiten.’
Toen nam hij me mee naar een café. De eigenaar van de kroeg was familie van hem. De huisbaas zei tegen me, ‘hier mag je in nood altijd naar toe komen.’
Ik knikte en na een poosje liep ik terug naar het Damplein. Ik voel me nog lopen over de ongelijke stoeptegels terwijl ik keer op keer mezelf afvroeg: wat ben ik begonnen?
Ik beklom de 79 treden naar mijn zolder en deed vervolgens mijn deur stevig op slot.

Alles was een gedoe. Zelfs een plas doen.
Het toilet was twee verdiepingen lager en de luxe van een deur ontbrak. Ik sloop daarom naar beneden in de hoop dat mijn medebewoners me niet zouden horen. Ik hoorde de havenmannen Franse liederen zingen, de stemming zat er al goed in.
Bij iedere trede die kraakte sloeg mijn hart een slag over. Komen ze? dacht ik bezorgd.

Plotseling herinnerde ik me dat ik had beloofd even naar mijn ouders te bellen. Vlug weer naar beneden en vond een telefooncel in een steeg. Ik wilde net de cijfertoetsen indrukken toen de deur openzwaaide.

(wordt vervolgd)

woensdag, november 07, 2007

Robots die je raken

Robots kunnen tegenwoordig bijna alles. Sommige robots hebben zelfs gezichts- uitdrukkingen. Maar ondanks dat vonden de meeste mensen Robots toch maar kille wezens waar je geen band mee kon krijgen. Zelfs niet als ze nog zo vriendelijk en schattig keken. Maar nu is er een doorbraak. Wetenschappers hebben ontdekt dat het ´m in de aanraking zit. Mensen houden ervan om aangeraakt te worden. Tot voor kort deed geen enkele robot dat; een hand op je schouder of op je arm leggen.

Maar nu is er een robot die dat wel kan. En de resultaten zijn verbluffend. Mensen zijn weg van het apparaat. Vooral kinderen. Want er is nog iets menselijks aan het ding: hij kan niet tegen kietelen.

dinsdag, november 06, 2007

Hersftblaadjes (door Miebeth Zalfjes)

Waarom zijn de herfstblaadjes het ene jaar mooier dan het andere jaar? Nou, dat is heel simpel.

In de zomer zijn de bladeren groen. Die groene kleur komt door de grote hoeveelheid chlorofyl in de bladeren. De kleuren geel, bruin en oranje zitten er ook al in, maar in zo´n kleine hoeveelheid dat ze onzichtbaar zijn door het groen.

In de herfst verdwijnt het chlorofyl. De kleuren geel en oranje blijven dan achter. Maar soms zie je ook een mooie kleur rood. Die kleur komt door de aanwezigheid van glucose in het blad. Zodra het plotseling koud wordt maken de bladeren extra glucose aan. Die glucose beschermt de bladeren iets beter tegen de kou. Ze verlagen het vriespunt. Zo gaan ze dus langer mee en kunnen ze de boom langer van voeding voorzien.

Verder speelt de hoeveel regen in de herfst nog een belangrijke rol, maar dat is voor jullie te ingewikkeld.

Voor de mooiste kleuren heb je dus nodig: A veel zon, B weinig regen in de herfst en C een plotselinge kou.

Nils Liedholm

Nils Liedholm is overleden. Het is een berichtje op pagina 804 van teletekst, een van de voetbalpagina´s. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar de man is een ware legende. Hij maakte deel uit van het Zweedse team dat de finale op het WK in 1958 haalde. Liedholm maakte samen met Gunnar Gren en Gunnar Nordahl deel uit van een onverslaanbaar aanvalstrio bij AC Milan. De Italianen hadden moeite met de namen en noemden ze daarom maar gezamenlijk Gre-no-li. Tot zover nog geen reden om in dit blog genoemd te worden. Maar.

Liedholm gaf nooit foute passes. Werkelijk nooit. Bij Milan begon dat op te vallen. Ze hielden het daarom op een gegeven moment bij. En wedstrijd op wedstrijd gaf Liedholm alleen maar loepzuivere passes. Pas na twee jaar, uitgerekend tegen Inter, kwam de bal bij de verkeerde persoon terecht. Iedereen in het San Siro stadion ging toen staan. En er volgde een ovatie van meer dan vijf minuten voor de Zweed, van vriend en vijand.

maandag, november 05, 2007

Mooi

Normaal gesproken moet je naar Verweggistan om zulke mooie herstkleuren te zien. Maar dit jaar zijn ze in ons land ook prachtig. Heb je tijd over? Ga dan als de wiedeweerga de bossen in. Straks is het te laat.

Ik heb Miebeth opdracht gegeven om uit te zoeken hoe dat nou zit met die kleuren. Waarom zijn ze in andere landen vaak mooier? En waarom zijn ze nu bij ons zo uitzonderljk mooi?

zaterdag, november 03, 2007

De weekendcolumn: Reyer en Symon


De kaart die je hierboven ziet is van Cornelis Anthonisz. Hij komt uit het begin van de 16e eeuw en hij klopt volledig. Hij is ook nog eens in vogelvluchtperspectief. Dat is extra bijzonder omdat Anthonisz dat perspectief zelf niet had. Ik denk daarom dat Anthonisz een savant moet zijn geweest, een briljante autist. De buitenste gracht is het Singel. Het is het piepkleine Amsterdam van Reyer Dircksz en zijn oom Symon Reyersz, de hoofdrolspelers van hoofdstuk 3 uit ´Kinderen van Amsterdam´.


We weten vrij veel van Reyer en Symon. Dat komt door een koopmansboekje uit het eind van de 15e eeuw dat we van ze gevonden hebben. In dat boekje staat alles over hun administratie en handelswijze. Oom Symon vaart om de paar maanden het zeegat uit naar het Oostzeegebied. Reyer blijft thuis om de zaken af te handelen. Ze verkopen daar haring, lakens en zeep uit Amsterdam en wijn, vruchten en zout uit Frankrijk. In het Oosten kopen ze hout, pek, potas (dat is een grondstof voor zeep, als je het mengt met sterke basen, zoals reuzel of ander vet, dan krijg je zeep) en rogge. Via brieven houden ze elkaar op de hoogte van de prijzen en de artikelen waar veel vraag naar is. Als Reyer echt alle kneepjes van het vak kent, mag hij ook op zakenreis. Zijn eerste reis is naar Hamburg en Kopenhagen.

De grootste trekpleister van Kopenhagen nu is het beeld van de Kleine Zeemeermin. In de tijd van Reyer en Symon moest je juist naar Nederland om een zeemeermin te zien. Bij Edam was een zeemeermin gevangen na een zware storm. Ze hebben haar naar Haarlem gebracht en leren spinnen. Toen ze stierf kreeg ze een christelijke begrafenis. Hoe ongeloofwaardig het ook klinkt, voor Reyer en Symon was het de normaalste zaak van de wereld. Misschien heeft Symon haar zelfs wel gezien.


Als Reyer en Symon terugkeren van hun reizen kunnen ze niet meteen de stad in. Ze moeten voor de palen blijven wachten tot hun handel in kleinere bootjes verscheept is. Als de schepen later groter worden, moeten ze soms nog verder uit de buurt wachten. Als ze bij eb aankomen, dan moeten ze eerst voor Pampus liggen. Pas bij vloed is het water dan hoog genoeg om door te varen. Pampus lag in de tijd van Reyer en Symon vijftien kilometer van Amsterdam. Tegenwoordig is de stad zo gegroeid dat je Pampus op vier kilometer van Zeeburg ziet liggen.


In het koopmansboekje staan alle uitgaven van Reyer en Symon. Het gaat goed met ze. Hun portemonnee is altijd goed gevuld. De enige schulden die ze heel soms hebben is bij de kroegen aan de bierkade.

vrijdag, november 02, 2007

Jacobus Kervel over ratatouille

De basis voor ratatouille ligt in een eeuwenoud recept uit de buurt van Nice. Het was - zoals zoveel evergreens - een gerecht voor de armsten van de armsten. Het gerecht zoals wij dat nu kennen is nog maar jong. De aubergine is pas zo´n twee eeuwen geleden de kant van Frankrijk op gekomen. Maar ook toen gebruikte men hem nog niet voor de ratatouille, omdat de aubergine niet gelijktijdig rijp was met de andere groenten. Weet je trouwens dat in aubergine een redelijke hoeveelheid nicotine zit? Handig voor wie gezond wil stoppen met roken.

Volgens puristen moeten alle groenten eerst afzonderlijk gebakken worden, voordat ze samen worden gestoofd. Dat is heel veel werk (alleen al de afwas) en het is nog maar de vraag wat het aan smaak oplevert. Verder is het simpel. Bak in een flinke scheut olijfolie eerst de aubergines, dan achtereenvolgens ontpitte paprika´s, ontpitte tomaten, uien en courgettes. Voeg er vervolgens knoflook en een flink bouquet garni (peterselie, en in dit geval véél tijm en véél laurier) aan toe. Niet van die gedroogde provençaalse kruiden uit een potje. Stoof het gerecht vervolgens dertig minuten gaar op een laag vuur.

Nu kan het dat er nog veel vocht in de ragout zit. Dat is niet de bedoeling. Giet daarom het overtollige vocht af, laat het inkoken op een hoog vuur en roer de dikker geworden saus weer tussen de groente. Roer er nog een scheut olijfolie doorheen en serveer warm of ijskoud.

Ratatouille is een echt zomergerecht. In deze periode is een Turkse variant veel, veel lekkerder. Hol daarvoor twee aubergines uit en maak de ratatouille verder precies zoals boven beschreven, maar dan met een flinke lading komijn erbij. Roer verse koriander en het sap van een halve citroen door de ratatouille en vul de aubergines met de ragout. Bedek de aubergines met een lekkere (schapen)kaas en bak het geheel tot de kaas bruin en de aubergines zacht zijn.

donderdag, november 01, 2007

Herdersmat

Gisteren was de Avond van het Luisterboek. Een erg mooie avond met een steengoede Joost Zwagerman als presentator en grappige optredens van onder andere Vincent Bijlo en Nelleke Noordervliet. Maar wat mij betreft stal Bas Haring de show met zijn ´herdersmatten´. Een herdersmat is een mat in een paar zetten. Die bestaat er ook in het denken. Je kunt een stelling bewijzen in de vorm van een simpele herdersmat. Een voorbeeld van Galileo Galileï:

Valt een zwaar object sneller omlaag dan een licht object? Voor ons gevoel zou dat logsich zijn, maar klópt het ook? Stel dat je het zware object vastbindt aan het lichte object, wat gebeurt er dan? Het gewicht stijgt, dus hij moet sneller vallen dan de zware kogel. Maar het soortelijk gewicht daalt, dus hij moet minder snel vallen. Die twee constateringen kunnen onmogelijk allebei tegelijk waar zijn. Dus valt een zwaar object niet sneller dan een licht object.

Zo had Bas Haring ook een drieminutenvariant van de relativiteitstheorie, de stelling ´ik denk dus ik besta´ van Descartes en het bewijs dat Eva heeft bestaan.

Die laatste even doen? Ja? Echt? Oké.

Neem alle vrouwen op aarde in gedachte. Ja?
Goed. Neem nu al hun moeders in gedachte. Gedaan? Ja?
Die laatste groep is per definitie kleine dan de eerste, omdat een moeder meerdere dochters kan hebben en een dochter niet meerdere moeders kan hebben.
Neem nu de moeders van de moeder in gedachte. Een nog kleinere groep.
Hun moeders. Nog kleiner.
En ga zo nog heel lang door.
Het kán niet anders dat je uiteindelijk bij één dame uit komt: Eva.